**1..** In aanvulling op artikel 3 van de verordening wordt een melding van behoefte aan ondersteuning nader onderzocht op basis van het eventueel aanwezige persoonlijk plan van de cliënt (zie artikel 4), één of meer gesprekken (zie artikel 7) met de cliënt en indien nodig aangevuld met een (medisch) advies van een deskundige.
**2..** Bij het onderzoek wordt de identiteit van de cliënt vastgesteld aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. Indien de identiteit eerder al is vastgesteld en als de geldigheid van het identiteitsbewijs nog niet is verlopen, kan het college, onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.4 van de wet, afzien van het vragen van een identiteitsbewijs.
**3..** Aan de hand van het algemeen toetsings- en afwegingskader (artikel 6) wordt onderzocht of de cliënt ondersteuning nodig heeft en zo ja, welke vorm van ondersteuning.
**4..** Het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de volgende processtappen:
Allereerst wordt vastgesteld wat de eigenlijke hulpvraag van de cliënt is.
Vervolgens wordt vastgesteld wat de aard en oorzaak van de beperking of problematiek is en als gevolg daarvan de belemmeringen in de zelfredzaamheid of participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving.
Vervolgens wordt vastgesteld wat nodig is om het gewenste resultaat te bereiken en welke ondersteuning hierbij nodig is.
Vervolgens wordt vastgesteld welk aandeel de cliënt en/of het sociaal netwerk vanuit eigen kracht in de benodigde ondersteuning kan hebben.
Indien de mogelijkheden van de cliënt en het sociaal netwerk ontoereikend zijn, wordt gekeken welke vorm van ondersteuning aanvullend passend is, dit kan een maatwerkvoorziening zijn.
**5..** Het onderzoek wordt uitgevoerd door de door het college gemandateerde organisatie Carins.
Ook voor de regionale voorzieningen Beschermd Wonen wordt het onderzoek door Carins uitgevoerd. Bij het regionaal expertiseteams Beschermd Wonen kan advies hiervoor worden gevraagd. Voor de regionale voorzieningen Opvang wordt het onderzoek uitgevoerd door de zorgaanbieder.
**6..** Voor het onderzoek naar de melding van behoefte aan ondersteuning geldt een behandeltijd van maximaal 6 weken na de melding. De cliënt ontvangt binnen 6 weken na de melding een ondersteuningsplan (zie artikel 8) in tweevoud, waaronder een conclusie en een verslag van het gesprek.
Indien vanwege zorgvuldigheid van het onderzoek de termijn niet gehaald wordt, dan treedt degene die het onderzoek uitvoert in overleg met de cliënt over de verlenging van de termijn.
Dit wordt vervolgens schriftelijk bevestigd, onder vermelding van de termijn waarbinnen het onderzoek naar verwachting wel is afgerond.
Als er geen inhoudelijke informatie wordt geleverd door cliënt (informatieplicht) mag de melding worden afgesloten aangezien het onderzoek niet kan worden uitgevoerd.
**7..** De cliënt krijgt de mogelijkheid om het ondersteuningsplan te lezen en een reactie hierop te geven.
Naar aanleiding van de reactie van de cliënt worden feitelijke onjuistheden in het ondersteuningsplan aangepast. Opmerkingen en aanvullingen van de cliënt worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd.
**8..** Indien de gemeente voornemens is een negatieve of afwijkende beschikking af te geven, informeert degene die het onderzoek heeft uitgevoerd de cliënt hierover.