1.. De aangifte van een briefadres wordt gedaan in de gemeente Berkelland als het briefadres zich in de gemeente Berkelland bevindt.

2.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen.

3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:

  • - een geldig identiteitsbewijs, of een kopie ervan, van degene die aangifte doet van adreswijziging en daarbij kiest voor een briefadres;
  • - een schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de keuze van een briefadres en de te verwachten periode dat een briefadres noodzakelijk is, voorzien van diens handtekening;
  • - een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever, voorzien van diens handtekening;
  • - een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier briefadres, wanneer een briefadres wordt gekozen op grond van artikel 2, eerste, tweede en vierde lid.

4.. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2 derde lid is een verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.

5.. Als een briefadres wordt aangevraagd, dient de noodzaak hiervan objectief onderbouwd te worden. Indien van toepassing moet het verzoek getoetst worden aan het geldende beleid voor woon- en briefadressen met betrekking tot permanente bewoning of verblijf. Als de in lid 2 en 3 bedoelde stukken onvoldoende zijn, dan kan het college gegevens opvragen als bedoeld in bijlage 1.

6.. Indien een briefadres wordt toegekend op het adres Marktstraat 1, 7271 AX te Borculo, worden hieraan nadere voorschriften gesteld, zoals: het niet gebruiken van het briefadres voor commerciële doeleinden of het registreren van een bedrijf, en het niet laten bezorgen van pakketten.

7.. Een briefadresgever kan toestemming geven aan maximaal twee gezinshuishoudens, twee alleenstaanden, of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande om een briefadres te houden op hetzelfde woonadres.

8.. Lid 7 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders is of een door dit college aangewezen rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.