De berekening van 2024 voor personen tot de pensioengerechtigde leeftijd is gebaseerd op de normenbrief vanuit de Rijksoverheid over 2023. Hierbij is de schatting van het belastbaar inkomen van bijstandsgerechtigden gehanteerd.
Het belastbaar inkomen is vervolgens geïndexeerd met de stijging van het wettelijk minimumloon.
Er is hiervoor gekozen omdat ten tijde van de berekening de nieuwe normenbrief van 2024 nog niet is gepubliceerd.
Landelijk is de manier waarop het wettelijk minimumloon wordt vastgesteld, per 1 januari 2024 gewijzigd.
Hierdoor is er vanaf 1 januari 2024 geen sprake meer van een minimum maandloon, weekloon of dagloon
In 2023 is er ook nog een verschil tussen het wettelijk minimumuurloon bij 36, 38 of 40-urige werkweek.
In 2024 wordt er geen onderscheid meer gemaakt in het aantal uur dat gewerkt wordt in de werkweek.
Daarom is gekozen om de stijging van het wettelijk minimumuurloon vast te stellen aan de hand van het gemiddelde uurloon in 2023. En deze te vergelijken met het uurloon van 2024. Dit is een stijging van 12,74% (bron: Rijksoverheid).
De berekening voor personen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd is de bruto AOW van 2024 geïndexeerd met de stijging van het wettelijk minimumloon met 12,74 %
De brutobedragen voor het vaststellen van het minimabeleid zoals genoemd in artikel 8 lid 3 van de verordening zijn bepaald op:
Eenpersoonshuishouden, AOW-gerechtigd € 24.393,56
Eenpersoonshuishouden, niet-AOW gerechtigd € 24.190,85
Meerpersoonshuishouden, AOW-gerechtigd € 33,284,42
HOOFDSTUK 2
Artikel 4
a Minimabeleid
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Stede Broec 2024