Er zijn twee manieren om van de gemeente akkoord te krijgen op een initiatief dat niet past in het omgevingsplan. De eerste manier is om een procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan te doorlopen waarbij participatie verplicht is, zie 3.3..

De tweede manier is om een omgevingsvergunning aan te vragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het gaat hier om activiteiten die niet voorzien zijn in het Omgevingsplan. Over deze initiatieven heeft dus nooit participatie plaatsgevonden. Voor deze buitenplanse activiteiten geldt dat er verplichte en niet verplichte initiatieven zijn.

Voordat meegewerkt aan het afwijken van het omgevingsplan, beoordeelt de gemeente of het initiatief past binnen haar beleid of toekomstige wensen. Als een initiatief passend/ kansrijk wordt bevonden dan zal in overleg met initiatiefnemer het vervolgproces worden doorgenomen.

Of participatie bij afwijking wel of niet verplicht is, is aan de gemeenteraad om te bepalen. De gemeenteraad van Almelo heeft categorieën van gevallen van vergunningaanvragen aangewezen waarvoor verplichte participatie geldt, scan voor de lijst de QR (zie bijlage).

Uitgangspunten participatie:

• Als de ontwikkeling/ initiatief een buitenplanse activiteit betreffen met verplichte participatie, dan krijgt initiatiefnemer die informatie na behandeling van het initiatief aan de intaketafel en het nemen van het principebesluit;

• Initiatiefnemer moet in een participatieplan duidelijk maken waarom geparticipeerde wordt dit heeft o.a. verstrekkende gevolgen voor wie, wanneer en onder welke voorwaarden kunnen deelnemen aan het participatieproces;

• In het participatieplan wordt in ieder geval opgenomen:

o Wie worden betrokken;

o Waarover kan worden ingesproken;

o Wanneer kan worden ingesproken;

o De wijze van participatie en verslaglegging;

o Wat is de rol van het college en de raad;

o Wat is de rol van de initiatiefnemer;

o waar aanvullende informatie beschikbaar is of komt;

o wat gedaan wordt met de inbreng van de participanten;

• De initiatiefnemer mag zelf weten op welke manier de omgeving bij de aanvraag wordt betrokken;

• Bij indiening van de aanvraag moet expliciet worden aangegeven wat het resultaat is van het overleg;

• De gemeente betrekt deze informatie vervolgens bij de belangenafweging;

• Voor de aangewezen gevallen moet de initiatiefnemer aantonen dat participatie heeft plaatsgevonden en hierover een participatieverslag schrijven. Ook in dit geval geldt dat de vorm van het participatietraject vrij is;

• Het college stelt een aanvraag buiten behandeling indien er geen participatie is georganiseerd met de omgeving en geen verslag is toegevoegd.