Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Berekening normatieve parkeerbehoefte

Onderdeel van Nota parkeernormen 2024

Bepalen normatieve parkeerbehoefte (stap 1) Bij elke planontwikkeling wordt eerst berekend welke normatieve parkeerbehoefte geldt. Per functie/voorziening/activiteit wordt het normatieve aantal parkeerplaatsen van het betreffende plan berekend op basis van de geldende normen per eenheid van de betreffende voorziening. De parkeernormen zijn opgenomen in bijlage 2. Dubbelgebruik en salderen (stap 2) Als binnen een ontwikkeling verschillende functies/voorzieningen/activiteiten worden gerealiseerd, is het mogelijk om bij berekening van de parkeerbehoefte rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen, bijvoorbeeld overdag door werknemers en ’s avonds door bewoners. Hierdoor kan volstaan worden met minder parkeerplaatsen dan de som van de parkeernorm van de verschillende functies. Voorwaarde voor de dubbelgebruikscorrectie is dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit ook daadwerkelijk door de beoogde doelgroepen beschikbaar is en de parkeerplaatsen uitwisselbaar zijn. Dit is een punt van aandacht bij de eventuele afsluiting van parkeerfaciliteiten. Als dat betekent dat de parkeerplaatsen niet door alle functies gebruikt kunnen worden, vervalt de mogelijkheid tot dubbelgebruik. Parkeerplaatsen die exclusief voor één functie/voorziening/activiteit worden bestemd/gereserveerd, bijvoorbeeld parkeerplaatsen voor bewoners op eigen terrein of parkeerplaatsen die worden verkocht of verhuurd aan specifieke gebruikers, moeten buiten het dubbelgebruik worden gehouden. Dubbelgebruik wordt berekend volgens de gangbare methodiek van CROW (Kenniscentrum voor Verkeer en Vervoer), gebruik makend van aanwezigheidspercentages zoals deze zijn opgenomen in bijlage 4. Met de aanwezigheidspercentages wordt per functie/voorziening/activiteit in tijd uitgezet wat de parkeerbehoefte per moment van de week is. Salderen De parkeernorm is gericht op de toekomstige parkeerbehoefte van plannen die nog gerealiseerd moeten worden. Als een plan in de plaats komt van een bestaande functie, is er al sprake van een bestaande parkeerbehoefte. In de berekening kan ook de parkeerbehoefte worden meegenomen van de bestaande functies/voorzieningen/activiteiten die komen te vervallen (bij verbouwing of sloop-nieuwbouw). Dit heet salderen. Het principe salderen geldt alleen als bestaande parkeerplaatsen opnieuw kunnen worden ingezet om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s) op te lossen. Bestaande parkeerplaatsen die bij een herontwikkeling komen te vervallen tellen dus niet mee. Salderen is niet verplicht. Het aantal te salderen parkeerplekken kan worden bepaald op basis van de actuele parkeernorm of worden vastgesteld aan de hand van gebruik in de praktijk. Hiervoor is dan een parkeeronderzoek vereist waarin de bezetting op verschillende momenten in beeld is gebracht. Het aantal parkeerplaatsen dat op het drukste moment bezet is, kan dan gesaldeerd worden. In de berekening van de parkeerbehoefte wordt het salderingsdeel afgetrokken. Als er in de bestaande situatie sprake is van parkeren in de openbare ruimte, mogen deze parkeerplaatsen ook in de nieuwe situatie weer worden ingezet tot het maximum volgens de norm of op basis van de parkeerbehoefte in de praktijk. Het is niet noodzakelijk deze parkeerbehoefte ook binnen het plan op te lossen, aangezien dat kan leiden tot overbodige capaciteit en een hogere druk op een plan. Saldering is evenwel niet verplicht. Het is een keuze om toch de gehele parkeerbehoefte in de bouwontwikkeling te faciliteren. Salderen is mogelijk tot een maximale termijn van vijf jaar. Als een gebouw of terrein meer dan vijf jaar ongebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. Tijdelijk gebruik ter overbrugging van een permanent gebruik wordt (als het niet langer dan vijf jaar heeft geduurd) buiten beschouwing gelaten.

Rechtspraak bij dit artikel