In de bodem komen verschillende bijmengingen voor. Dit kunnen natuurlijke materialen zijn zoals stenen of schelpen, maar bijmengingen zijn vaak ook niet natuurlijk zoals puin, plastic en glas. In het verleden zijn beleidsmatig verschillende maximale percentages gehanteerd van de toegestane hoeveelheid bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond. Een gemeente heeft de mogelijkheid om het percentage bodemvreemd materiaal vast te stellen tot een maximum van 20 % (gewichtsprocent).
De gemeente Houten kiest ervoor om in grond die toegepast wordt in het buitengebied en op gevoelige locaties (zie tabel 4.4) een hoeveelheid bodemvreemd materiaal toe te staan die niet meer is dan 5 gewichtsprocenten. Ook in andere situaties kan een hoeveelheid van 20 % bodemvreemd materiaal onwenselijk zijn, gelet op de gebruiksfunctie. In bestekken kunnen desgewenst scherpere eisen worden gesteld worden aan bijmenging met bodemvreemd materiaal.
Aan de samenstelling wordt (in het gebiedsspecifieke beleid) als voorwaarde gesteld dat kunststoffen (plastic, PVC, piepschuim ed.) evenals visueel waarneembaar asbesthoudend materiaal, geen onderdeel mogen uitmaken van het bodemvreemde materiaal.
In de tabel 4.5 is het gebiedsspecifieke beleid voor dit thema schematisch weergegeven.
Tabel 4.5: Maximale bijmenging aan bodemvreemd materiaal (steen en hout in gewichtspercentage)
Bodemfunctieklasse
Maximaal percentage bijmenging*)
Landbouw/natuur
5%
Wonen (gevoelig gebruik, zoals wonen met tuin, moestuin en speelplaats)
5%
Wonen (geen gevoelig gebruik)
20%
Industrie
20%
*) geen kunststoffen en visueel waarneembaar asbesthoudend materiaal
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.4
Bodemvreemd materiaal
Onderdeel van Nota bodembeheer 2023, Beleidsnota PFAS en bijbehorende kaarten