Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.5

Wegbermen in het buitengebied langs gemeentelijke wegen

Onderdeel van Nota bodembeheer 2023, Beleidsnota PFAS en bijbehorende kaarten

De kwaliteit van vrijkomende bermgrond kent veel variatie en wordt veelal gekenmerkt door verhoogde gehalten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), lood, zink en andere zware metalen en minerale olie. Deze verontreiniging is veroorzaakt door: depositie uitlaatgassen (PAK, lood); afstromend regenwater (minerale olie, PAK en zware metalen); wegfunderingsmateriaal (PAK en zware metalen); toepassing van teerhoudend asfalt (PAK); uitloging vangrails (zink). Het gebiedsspecifieke beleid houdt in dat de grond uit een wegberm, zonder partijkeuring of bodemonderzoek, mag worden hergebruikt in een andere, vergelijkbare wegberm die in beheer is van de gemeente. Als men de grond elders wil toepassen dan in een wegberm die in eigen beheer is, dan is een partijkeuring noodzakelijk. Op wegbermen met gevoelige functies mag alleen schone grond worden toegepast. Voor grond die van buiten de wegberm wordt toegepast, geldt de toepassingseis Klasse Wonen. Wegbermen langs onverharde wegen vormen een uitzondering hierop. Deze zijn niet verontreinigd door de naastgelegen weg. Er wordt vanuit gegaan dat de kwaliteit van grond in de wegbermen langs onverharde wegen gelijk is aan de gebiedskwaliteit. Dit betekent dat voor grondverzet de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel geldt en de toepassingseis gelijk is aan de toepassingseis van de zone waarin de wegberm gelegen is. Grond uit verdachte wegbermen moet altijd onderzocht worden. Een wegberm is verdacht als uit historische informatie blijkt dat sprake is of kan zijn van sterk verontreinigde grond (bijvoorbeeld wegen nabij/door verdachte (voormalige) boomgaarden), of als zintuiglijke waarnemingen hiertoe aanleiding geven. De reden hiervoor is dat het niet wenselijk is dat grondwerkers in aanraking komen met mogelijk sterk verontreinigde grond (> interventiewaarde) zonder dat de juiste veiligheidsmaatregelen getroffen zijn. Bovendien valt sterk verontreinigde grond buiten het kader van de nota bodembeheer. Het is niet werkbaar om op een kaart aan te duiden welke wegbermen wel en niet verontreinigd zijn. Er zijn namelijk (te) veel representatieve waarnemingen van grond uit gemeentelijke wegbermen noodzakelijk om wegbermen te kunnen zoneren (dat wil zeggen: in te delen op bodemkwaliteit). In tabel 4.6 is het gebiedsspecifieke beleid voor gemeentelijke wegbermen schematisch weergegeven. Tabel 4.6: Overzicht gebiedsspecifiek beleid gemeentelijke wegbermen Wegbermen langs: Vrij grondverzet voor grond binnen de wegberm Toepassingseis voor grond afkomstig van buiten de wegberm Bewijsmiddel als grond buiten de wegberm wordt toegepast Gemeentelijke onverharde wegen Tussen bermen waar de ontgravingskwaliteit voldoet aan de toepassingseis De toepassingseis van de zone Bodemkwaliteitskaart Gemeentelijke verharde wegen (onverdacht) Tussen bermen binnen de gemeente Klasse Wonen Partijkeuring Gemeentelijke verharde wegen (verdacht) De vrijkomende grond moet altijd onderzocht worden, conform NEN5740 (VED-HE-L) of partijkeuring Klasse Wonen Partijkeuring De volgende definitie van wegbermen wordt gehanteerd: de strook van maximaal 10 meter aan beide zijden van de weg (asfaltrand), tenzij de berm langs de weg eerder wordt doorsneden door een sloot dan wel de grens van het desbetreffende perceel. Dit is visueel weergegeven in afbeelding 4.1. Het kan ook voorkomen dat er een middenberm aanwezig is. Ook voor de middenberm, groen tussen de twee wegconstructies, geldt hetzelfde beleid. 1: Begrenzing wegbermen Bron: brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS-2009/2932, 19 november 2009.

Rechtspraak bij dit artikel