Watergangen moeten regelmatig worden gebaggerd om uiteenlopende redenen. Vaak wordt de bagger direct naast de watergang verspreid, maar daar is niet altijd ruimte voor, bijvoorbeeld in bebouwde gebieden. Het is echter wenselijk om zoveel mogelijk gebiedseigen bagger te kunnen verspreiden of toe te kunnen passen binnen de gemeente of het beheergebied van aangesloten gemeenten/regio’s.
Binnen het generieke kader van het Besluit mag baggerspecie worden verspreid op aangrenzende percelen en tijdelijk worden opgeslagen in weilanddepots (voor ontwatering en rijping) op het aan de watergang grenzende perceel. Voorwaarde hieraan is dat de kwaliteit van de baggerspecie voldoet aan de verspreidingsnorm of dat de baggerspecie aantoonbaar afkomstig is van een onverdachte watergang.
In de toelichting op het Bbk wordt het begrip ‘aangrenzende perceel’ slechts summier toegelicht en er wordt geen maximale afstand genoemd. In lijn met de wens tot decentralisatie is het Bbk bewust minder sturend en kaderstellend. Nadere invulling ligt bij gemeenten en waterschappen, die kunnen vaststellen hoe de baggeractiviteiten het beste passen binnen het beheer van het gebied. De gemeente Houten beoogt geen nadere invulling of verruiming van het begrip aangrenzend perceel.
Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het begrip ‘aangrenzend perceel’ van rijkswege ingevuld als ‘percelen tot een afstand van maximaal 10 kilometer van de plaats van herkomst’. In deze nota kan hier niet op worden geanticipeerd.
Voor het opbrengen van hoeveelheden of laagdikte bij het verspreiden van baggerspecie is geen maat opgenomen in het Besluit. De aërobe afbraak van organische verontreinigingen wordt ernstig bemoeilijkt bij baggerspecielagen dikker dan 30 cm. De gemeente Houten hanteert een maximale dikte van de baggerlaag na rijping van 30 cm.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.7
Verspreiden van bagger en baggerdepots
Onderdeel van Nota bodembeheer 2023, Beleidsnota PFAS en bijbehorende kaarten