**1..** In aanvulling op paragraaf 3A4 van de re-integratieverordening worden voor overige voorzieningen (te weten: vervoersvoorziening, noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische beperking, meeneembare voorziening, en werkplekaanpassing) de volgende voorwaarden gesteld:
als er recht bestaat op een voorliggende voorziening, zoals verstrekking door het UWV of een vergoeding door de zorgverzekeraar, dan moet daar eerst een beroep op worden gedaan;
de structurele functionele beperking waarvoor de voorziening wordt aangevraagd heeft naar verwachting een duur van tenminste een jaar;
er vindt in beginsel geen vergoeding plaats wanneer de voorziening reeds is aangeschaft op het moment dat een aanvraag voor de voorziening door het college wordt ontvangen;
er is sprake van een contractduur van minimaal zes maanden; en
zaken die algemeen gebruikelijk zijn of die tot de standaarduitrusting van het bedrijf behoren, worden niet vergoed.
**2..** Als tot toekenning wordt overgegaan, dan wordt gekozen voor de goedkoopst passende voorziening.
**3..** Om de noodzaak van een bepaalde werkplekaanpassing vast te stellen, kan het college een medisch dan wel arbeidsdeskundig advies inwinnen.
Hoofdstuk 3A4
Artikel 14
Voorwaarden overige voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Participatiewet, IOAW, IOAZ Heemstede 2024