Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

Bodem- en grondwaterbescherming

Onderdeel van Regionale Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek

Maatschappelijke context De verslechtering van de bodem- en grondwaterkwaliteit door schadelijke stoffen heeft consequenties in een brede maatschappelijke context. Zo kan dit leiden tot schade aan de volksgezondheid, aantasting van drinkwatervoorzieningen, verlies van bodemvruchtbaarheid en aantasting van ecosystemen en biodiversiteit. De oorzaken hiervan liggen op verschillende vlakken en zijn vaak een combinatie van onder andere industriële activiteiten, landbouw, stedelijke ontwikkeling, gebrek aan effectieve regulering en onvoldoende kennis met betrekking tot de risico’s op bodem en grondwater. De bodem in het werkgebied van de OFGV is zeer divers. Zo was de Flevolandse bodem tot voor kort onderdeel van de Zuiderzee en ligt in Zuidelijk Flevoland een groot drinkwaterreservoir. Het Gooi bestaat uit een stuwwallencomplex en de Vechtstreek uit veenlandschap met veenrivieren en -polders. De historie van deze gebieden loopt net zo ver uiteen, bijvoorbeeld op het gebied van bedrijvigheid, industrie en militair gebruik. Dit is terug te zien in de effecten die dit heeft gehad op de bodem. In het werkgebied bevinden zich ruim 20.000 bodemlocaties. Hier wordt een groot scala aan maatregelen uitgevoerd waaronder zowel voorkomende als herstellende. Op dit moment wordt veel aandacht besteed aan het verbeteren van de kwaliteit van de dataverzameling op dit onderwerp. Dit moet vervolgens leiden tot verbeterde analyses en meer inzicht in de specifi e en uiteenlopende bodemsituaties in Flevoland en de Gooi en Vechtstreek. Onderstaande indicatoren zijn daar een eerste stap toe. Ontwikkelingen Met het ingaan van de Omgevingswet is de verantwoordelijkheid voor veel taken (en bijbehorende data) met betrekking tot de beoordeling van meldingen onder de voormalige Wet bodembescherming, verschoven van provincie naar gemeente. Daarbij hebben gemeenten meer ruimte gekregen om de beleidsregels hiervoor op maat te maken. Voor de invoering van de Omgevingswet bestond er meer eenduidig landelijk beleid. Voor grondwater worden de taken onder de Omgevingswet verder verdeeld over de overheden. Het beheer van de grondwaterkwaliteit, en daarmee ook de in het grondwater aanwezige verontreinigingen, is nadrukkelijker onderdeel van het beheer van watersystemen dan onder het oude stelsel. Provincie, gemeenten en waterschappen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit, met een regisserende, kaderstellende en coördinerende rol voor de provincie. Het kan voorkomen dat een project onder meerdere bevoegde gezagen tegelijk valt, of aan verschillende lokale regels moet voldoen. Om deze complexe taken zorgvuldig uit te blijven voeren, is goede onderlinge afstemming en samenwerking tussen provincies, gemeenten en omgevingsdienst essentieel. Door de uitgebreide bodemsaneringsoperaties van de afgelopen circa 40 jaar zijn de meeste grote bodemverontreinigingen inmiddels gesaneerd. Wat naar gemeenten overgaat zijn locaties waar, bij het huidige bodemgebruik, geen sanering meer nodig is. Vanwege het overgangsrecht blijft voor een aantal locaties met bodemverontreinigingen de wetgeving van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht. Voorbeelden hiervan zijn lopende bodemsaneringen en gebiedsgerichte grondwaterbeheerplannen. De omvang van de werkzaamheden hiervoor zal wel veranderen. Zo zal dit afnemen voor complexe en risicovolle bodemsaneringen en toenemen voor verontreinigingen onder het gebiedsgerichte grondwaterbeheer. De OFGV zal gedurende deze beleidsperiode de meldingen voor deze bodemlocaties blijven uitvoeren. Er zullen in deze periode gelijktijdig werkzaamheden worden uitgevoerd onder de wet- en regelgeving van voor en van na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Doelstelling Verbeteren van de bodemkwaliteit en de aanwezigheid van schadelijke stoffen in de bodem en het grondwater voorkomen door toe te zien op bodembedreigende activiteiten en het toepassen van bodem- beschermende maatregelen. Beleidsterreinen Gezondheid en duurzaamheid Activiteiten Beoordelen van de mogelijke milieu-impact van nieuwe projecten en industrieën. Het verlenen van vergunningen aan deze partijen, waarbij specifi e voorwaarden worden gesteld met betrekking tot het thema bodem. Beoordelen van bodem- en grondwateronderzoeken om de aanwezigheid en concentratie van schadelijke stoffen te identifi en te monitoren. Uitvoeren van reguliere inspecties bij bedrijven en bodemlocaties en handhaven op overtredingen. Identifi van en passend reageren op niet-gemelde activiteiten die de bodem- of grondwaterkwaliteit kunnen bedreigen, zoals grondverzet, lozingen en aanleg van ondergrondse systemen. Samenwerking tussen de OFGV en partneroverheden vergroten door middel van voorlichting en uitvoering van VTH-taken op diverse bodemgerelateerde zaken. Voorlichting van mogelijke bodem- en grondwaterrisico’s door de inzet van communicatie. Indicatoren Aantal beoordeelde bodem- en grondwateronderzoeken in verhouding tot afgekeurde onderzoeken. Dit geeft inzicht in de kwaliteit van uitgevoerde bodemonderzoeken en daarmee de kennis van initiatiefnemers van de wettelijke eisen hierop. Aantal bekende gevallen van verontreinigingen inclusief ruimtelijke analyse. Een vermindering van het aantal verontreinigingen relateert aan een verbetering van bodem- en grondwater in het algehele werkgebied. Een ruimtelijke analyse van verontreinigingen geeft mogelijke focuslocaties voor surveillance aan. Aantal geïdentificeerde niet-gemelde activiteiten en type van de reactie hierop. Een stijging of daling van gevonden niet- gemelde activiteiten, bij een gelijke inzet van toezicht, geeft inzicht in de effectiviteit van het toezicht. De handhavende reactie op deze activiteiten geeft een beeld van de ernst van de overtredingen en daarmee de risico’s voor het milieu. Verhouding tussen activiteiten die wel of niet conform de wet- en regelgeving worden uitgevoerd. Zowel administratief (melding/ vergunning) als in uitvoering conform voorschriften. Dit zal uiteindelijk een trend weergeven die een indicatie kan zijn van de effectiviteit van de preventie op het gebied van bodem- en grondwaterbescherming. Aantal en type voorlichtingsacties. Geeft inzicht in het gebruik van gerichte voorlichting en de instrumenten die hiervoor worden benut. Dit is bij uitstek een kwalitatieve indicator.

Rechtspraak bij dit artikel