Zodra tijdens toezicht een overtreding wordt vastgesteld heeft de OFGV een handhavingsplicht waarmee de naleving op milieuwetgeving afgedwongen kan worden. Door consequent en effectief op te treden kan handhaving bijdragen aan het ontmoedigen van (her)overtredingen en het herstellen van onrechtmatige situaties.
Ter bevordering van een uniforme, transparante en passende uitvoering van de handhavingstaak, past de OFGV de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toe. Hiermee wordt een gelijk speelveld gecreëerd en het rechtsgevoel gerespecteerd. Dit draagt bij aan het behouden en bereiken van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving.
De LHSO biedt een gestandaardiseerd proces waarbij de handhaver altijd de volgende vijf stappen doorloopt:
Plaats de bevindingen in de interventiematrix, waarin de mogelijke gevolgen van een overtreding en het gedrag van de overtreder tegen elkaar uitgezet worden.
Bepaal eventuele verzwarende omstandigheden en pas deze toe op de matrix.
Optreden door toepassing van de interventiematrix.
Onderzoek de nodige samenwerking met andere handhavingspartners.
Administratief vastleggen van de doorlopen stappen en genomen beslissingen.
Voor een uitgebreidere uitleg van de LHSO en de interventiematrix zie bijlage 9. Een toelichting van de handhavingsinterventies is te vinden in bijlage 10.
Op basis van de LHSO wordt besloten in welke vorm wordt gehandhaafd.
Dit kan bestuursrechtelijk, strafrechtelijk, of een combinatie hiervan zijn. Daarnaast kan gekozen worden om de vergunning in te trekken.
Binnen het bestuursrechtelijk optreden wordt een afweging gemaakt om bestuursdwang of een dwangsom toe te passen. Deze keuze is afhankelijk van de proportionaliteit en de effectiviteit van het verhelpen van de overtreding. Zo zal een dwangsom niet effectief zijn bij acuut gevaar of onomkeerbare gevolgen, of waar een dwangsom naar verwachting niet inbaar zal zijn. Met het oog op uniformiteit en transparantie werkt de OFGV met een richtlijn voor standaard dwangsomhoogten en begunstigingstermijnen (bijlage 11). Als het opleggen van een dwangsom niet leidt tot beëindiging van de overtreding, kan de dwangsom worden verhoogd. Voor de wijze van het bepalen van dwangsomhoogten, zie bijlage 12. Ook kan alsnog worden overgegaan op bestuursdwang. Hierbij grijpt de OFGV, conform mandaat van het bevoegd gezag, zelf in om het gevaar voor het milieu af te wenden. De kosten hiervan worden verhaald op de overtreder. Bij strafrechtelijk handhaven ligt de bevoegdheid bij de Minister van Justitie en Veiligheid en het OM.
Wanneer een andere overheid een milieubelastende activiteit exploiteert, kan het voorkomen dat de OFGV in mandaat van een gemeente of provincie daartegen handhavend optreedt, bijvoorbeeld tegen een andere gemeente of provincie. Hierbij hanteert de OFGV het uitgangspunt dat wet- en regelgeving voor iedereen hetzelfde is. Er wordt gelijkwaardig opgetreden tegen alle initiatiefnemers en exploitanten van milieubelastende activiteiten. Ook op overheden is het volledige toezichts- en handhavingsinstrumentarium van toepassing.
Om te kunnen voldoen aan de handhavingsplicht wordt in principe niet gedoogd. Wel zijn er tijdelijke uitzonderingen op deze regel in een aantal bijzondere situaties mogelijk, mits deze voldoen aan een set specifi e voorwaarden. De gedoogprocedure is te vinden in bijlage 13. De voorwaarden staan nader uitgewerkt in bijlage 14.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Handhavingsstrategie
Onderdeel van Regionale Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek