Naar hoofdinhoud
De subsidie voor toegang tot peuteropvang en VE en variabele groepssubsidie voor kwaliteit van VE kan alleen worden aangevraagd door de houder als de toezichthouder in de afgelopen twee jaar positieve inspectierapporten heeft gepubliceerd over de locatie(s) van de houder waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Aanvullend moet voldoende zicht zijn op het realiseren van een adequaat en toekomstbestendig aanbod van VE en het werven en toelaten van doelgroeppeuters. Subsidie voor toegang tot peuteropvang en VE De houder ontvangt subsidie voor de toegang tot peuteropvang en VE op basis van de feitelijke afname van het aantal uren door reguliere peuters en doelgroeppeuters, tot een maximum van 320 uur per jaar voor reguliere peuters en een maximum van 640 uur per jaar voor doelgroeppeuters. Variabele groepssubsidie voor kwaliteit van VE De houder ontvangt variabele groepssubsidie voor het bieden van kwaliteit van VE. De hoogte van de groepssubsidie is afhankelijk van het gerealiseerde kwaliteitsniveau: basiskwaliteit of hoge kwaliteit van VE. Het kwaliteitsniveau wordt vastgesteld door de toezichthouder. Voor het aanvragen van subsidie voor toegang tot peuteropvang en VE en variabele groepssubsidie voor VE zijn de volgende eisen van kracht: De subsidie voor toegang tot peuteropvang en VE en variabele groepssubsidie voor kwaliteit van VE worden middels daartoe opgestelde form ulieren door de gemeente aangevraagd door de houder. Een aanvraag moet uiterlijk vóór 1 oktober van het voorafgaande jaar worden ingediend. De aanvraag bevat: Informatie over het aantal peuters per locatie (peildatum 1 september van het voorafgaande jaar) waarvoor subsidie wordt aangevraagd; Een onderverdeling naar vier categorieën peuters (doelgroeppeuters van niet-kot-ouders, doelgroeppeuters van kot-ouders, reguliere peuters van kot-ouders en reguliere peuters van niet-kot-ouders); Het aantal en type groepen, inclusief het kwaliteitsniveau van VE op basis waarvan de hoogte van de variabele groepsfinanciering (per groep) kan worden vastgesteld. De houder brengt de subsidie in mindering op het door de ouder(s) van de peuters te betalen uurtarief voor gebruik van een reguliere kindplaats of VE-kindplaats; De houder bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens, de hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage van peuters van ouders die niet kot-gerechtigd is; De houder int zelf de ouderbijdragen en is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers; De subsidie voor toegang tot peuteropvang en VE eindigt met ingang van de datum waarop de peuter om welke reden dan ook, de locatie of VE-locatie verlaat of wanneer het kind 4 jaar is geworden; De houder rapporteert per kwartaal (januari – april – augustus) cumulatief per geplaatste peuter - waaraan per peuter een ondertekende machtiging van de ouder(s) ten grondslag ligt - de volgende gegevens: Burger Service Nummer peuter Naam peuter Woonplaats peuter Geboortedatum peuter Doelgroeppeuter (geïndiceerd of reguliere peuter (niet-geïndiceerd) Startdatum VE Einddatum VE (indien van toepassing) Naam houder LRK-nummer Kindertoes lagrecht / niet-kinderopvangtoes lagrecht Ouderbijdrage (o.g.v. Landelijke kinderopvangtoeslagtabel) Gedurende de subsidieperiode mag de houder de werkelijke invulling van de reguliere en VE-kindplaatsen aanpassen ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag met een bandbreedte van 20 procent, rekening houdend met het subsidieplanfond. Aanpassingen vinden altijd in overleg met de gemeente plaats. De gemeente kan (steekproefsgewijs) bij de houder nadere gegevens opvragen om de doel- en rechtmatigheid van de besteding van de subsidie voor toegang tot peuteropvang en VE en variabele groepssubsidie voor kwaliteit van VE conform de subsidievereisten te controleren. Deze controle kan eventueel worden uitgevoerd door de (gemeentelijk) accountant. Deze gegevens kunnen betreffen: inkomensverklaringen of andere bewijzen met betrekking tot wijziging van de hoogte van het gezinsinkomen; verklaringen Geen recht op kinderopvangtoeslag van ouders; plaatsingsovereenkomsten van peuter waaruit aantal uren, type kindplaats, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken; VE-indicaties, afgegeven door de JGZ, voor plaatsing van doelgroeppeuters; documenten naar aanleiding van een aanvraag tot wijziging van de ouderbijdrage; overige meldingen in wijziging in de inkomens- of gezinssituatie. Houders die subsidie voor toegang tot peuteropvang en VE en/of variabele groepssubsidie voor kwaliteit van VE ontvangen nemen geregeld deel aan periodiek regulier overleg van de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel