Naar hoofdinhoud

Artikel 3

– Bevoegdheid van de budgethouder

Onderdeel van Regeling budgetbeheer gemeente Opmeer 2024

1.. De budgethouder heeft op basis van mandatering de beschikkingsbevoegdheid over het toegekende budget. Dit betekent dat hij bevoegd is tot het aangaan van overeenkomsten inzake uitvoering van werken, leveringen van goederen en verlening van diensten ten behoeve van de gemeente. Hierbij moet voldaan worden aan hetgeen gesteld is in de interne regels voor inkoop en aanbesteden. 2.. Indien een verplichting meer dan €50.000 bedraagt dient een budgethouder deze aan te gaan. 3.. Voor het aangaan van een verplichting vanaf de Europese aanbestedingsgrens dient het college te besluiten. 4.. Van de beschikkingsbevoegdheid zijn de niet-beïnvloedbare kosten (kapitaallasten, en stortingen/onttrekkingen aan reserves/-voorzieningen) uitgezonderd. Deze kosten liggen vast. 5.. De beschikkingsbevoegdheid is gelimiteerd tot het beschikbare bedrag van het (in de primaire begroting en separate wijzigingen opgenomen) toegekende exploitatie- en investeringsbudget. Daarnaast moet de verplichting rechtstreeks verband houden met de aan het budget gekoppelde taakstelling. 6.. Ten laste van het investeringsbudget, categorie A mogen verplichtingen worden aangegaan als de desbetreffende investering door het college bij afzonderlijk besluit is goedgekeurd. 7.. Ten laste van het investeringsbudget, categorie B mogen verplichtingen worden aangegaan als de desbetreffende investering door de raad bij afzonderlijk besluit is goedgekeurd. 8.. Bij afwezigheid of verhindering van de budgethouder en/of budgetbeheerder wordt zijn bevoegdheid uitgeoefend door de hiërarchisch gelijkwaardige of hogere functie.

Rechtspraak bij dit artikel