Naar hoofdinhoud

Artikel 7

– Overhevelen van het budget naar volgende jaren

Onderdeel van Regeling budgetbeheer gemeente Opmeer 2024

1.. Een exploitatiebudget kan niet worden overgeheveld naar het volgende jaar (de uitzondering is beschreven in lid 2). Budgetoverschotten en –tekorten vallen in het rekeningsaldo van het betreffende jaar. De raad bepaalt de aanwending van het rekeningsaldo. 2.. Een incidenteel uitgavenbudget dat in het begrotingsjaar niet volledig is besteed, kan door tussenkomst van het college en onder opgave van redenen voor het niet gebruikte deel slechts worden overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar onder de voorwaarden dat: de gevraagde ruimte binnen het budget aanwezig is en in de begroting voor het volgende jaar voor diezelfde prestatie geen of onvoldoende middelen zijn opgenomen, én de overheveling is opgenomen in de Najaarsnota, én het een uitgavenbudget betreft van € 10.000 of meer. Alleen in die gevallen waarin aantoonbaar kan worden vastgesteld dat de betreffende budgetoverheveling niet op of vóór 1 oktober van het betreffende begrotingsjaar kon worden gesignaleerd, kan afzonderlijk een beredeneerd voorstel tot resultaatbestemming bij de jaarrekening aan de gemeenteraad worden voorgelegd 3.. Een budget voor incidentele middelen (niet een investering zijnde) vervalt als de middelen niet zijn ingezet in het jaar volgend op het begrotingsjaar waarvoor het budget is toegekend. De consequenties hiervan worden in de betreffende jaarrekening verwerkt. 4.. Restanten van investeringsbudgetten worden afgeraamd indien deze aan het einde van het jaar opvolgend aan het jaar waarin deze beschikbaar zijn gesteld niet (volledig) zijn besteed. Hiervan kan worden afgeweken als de budgethouder door middel van een onderbouwing aantoont dat de prestaties (voor een deel) nog geleverd zullen worden. Het college van B&W kan in die situatie besluiten de vervaltermijn met een jaar te verlengen.

Rechtspraak bij dit artikel