Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.2

Relevant provinciaal beleid

Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)

De provincie heeft haar beleid ten aanzien van niet-grondgebonden agrarische bedrijven als volgt beschreven: In een ruimtelijk plan kan een bestaand bouwvlak voor een niet-grondgebonden veehouderij een uitbreiding krijgen tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha, dan wel de bestaande oppervlakte behouden indien deze meer bedraagt dan 1,5 ha; Nieuwvestiging in de vorm van omzetting is alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan; daarbij dient sprake te zijn van dringende redenen van maatschappelijke aard en de bestemming voor een niet-grondgebonden veehouderij op de oude locatie moet worden verwijderd; Onder een niet-grondgebonden bedrijf verstaat de provincie een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals varkens-, pluimvee-, pelsdier-, of vleeskalverhouderij, rundveemesterij, niet grondgebonden geiten-, schapen-, of melkveehouderij, of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen.

Rechtspraak bij dit artikel