Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.3

Doorwerking gemeentelijk beleid

Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)

Wij stellen voor om uit te gaan van de provinciale kaders en voor het gemeentelijk beleid geen beperkingen te stellen aan bestaande bedrijven. Het aantal niet-grondgebonden bedrijven is klein ten opzichte van het totaal aan agrarische bedrijven Afbeelding 3.Aantal hokdieren 2014 (bron: CBS) (verwezen wordt naar de CBS-gegevens in afbeelding 3), terwijl het stellen van verdergaande voorwaarden zoals bijvoorbeeld het uitsluiten van verdere groei feitelijk op een sanering van bedrijven neer kan komen of daar dicht bij in de buurt komt. Daar komt nog bij dat de regelgeving betreffende het dierenwelzijn sterk in beweging is en dat een uitbreiding van de bebouwing noodzakelijk is zonder dat dit gepaard gaat met een toename van het aantal dieren. Samenvattend is het voorgestelde gemeentelijk beleid dus als volgt: geen nieuwvestiging van intensieve bedrijven; in uitzonderlijke gevallen kan dit wel worden toegestaan indien daar een dringende reden van maatschappelijke aard8De term ‘dringende reden van maatschappelijke aard’ is ontleend aan de verordening ‘Romte’. Daarin wordt als voorbeeld van een dringende maatschappelijke reden genoemd een intensieve veehouderij die teveel stikstof uitstoot op een kwetsbaar natuurgebied in de omgeving. De verplaatsing of nieuwvestiging is dus alleen toegestaan indien daarmee een ruimtelijk of maatschappelijk knelpunt wordt opgeheven. voor aanwezig is; bestaande intensieve bedrijven mogen zich verder ontwikkelen tot een oppervlakte van ten hoogste 1,5 ha; hierbij gelden dezelfde voorwaarden die ook voor niet- intensieve bedrijven gelden;

Rechtspraak bij dit artikel