Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.1

Samenvatting beleid oude gemeenten

Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)

De verschillen tussen de drie voormalige gemeenten kwamen vooral tot uiting in de ontwikkelingsruimte die werd geboden voor aanpassingen en veranderingen van de woningen, of anders gezegd in de maximale omvang van deze woningen. Géén van de drie gemeenten stond nieuwbouw van woningen, anders dan vervangende nieuwbouw, toe in het buitengebied14Op grond van de notitie ‘burgerwoningbouw in het buitengebied’ konden in het verleden in Heerenveen op smalle open plekken in de bebouwingslinten nog wel woningen worden gebouwd. Met de vaststelling van de notitie ‘Binnenstedelijk verdichten’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 24 november 2014) is deze mogelijkheid vervallen.. De maximale oppervlakte van woningen (hoofdgebouw) bedroeg in Boarnsterhim en Skarsterlân ten hoogste 120m2. In Heerenveen was de maximale oppervlakte afhankelijk van het landschapstype waar de woning in was gelegen en deze liep uit één van 90m2 (in bos- en natuurgebieden), via 100m2 (in lintbebouwing en in de veenpolders) tot 120m2 (in woudontginningen). Boarnsterhim en Skarsterlân bestaan – in ieder geval die gedeelten die nu deel uitmaken van de nieuwe gemeente Heerenveen - hoofdzakelijk uit veenpolders en bieden dus voor woningen in dat landschapstype een maximale oppervlakte van 120m2. Voor hetzelfde landschapstype ging Heerenveen uit van een maximale oppervlakte van 100m2. Ook bestonden verschillen in maximale goothoogte, bouwhoogte en toegestane dakhellingen.

Rechtspraak bij dit artikel