Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.7

Artikel 4.7.2

Doorwerking naar nieuw gemeentelijk beleid

Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)

Uit het beleid van Heerenveen en Skarsterlân bleek een duidelijke keuze voor een ruimhartige opstelling bij het toestaan van nieuwe functies voor vrijgekomen (agrarische) opstallen. Voorgesteld wordt daarom deze lijn in het geharmoniseerde beleid door te zetten en daarbij aansluiting te zoeken bij de provinciale kaders. Dat betekent dat in beginsel hergebruik van voormalige agrarische opstallen aanvaardbaar moet worden geacht: soort ‘hergebruik’ voorwaarden wonen geen opslag- of stalling buiten gebouwen alleen in bestaande gebouwen of uitbreiding met ten hoogste 10%; geen onevenredige verkeersaantrekkenede werking geen onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van bestaande agraiosche opstallen. geen onevenredige afbreuk aan de landschappelijkeen cultuurhistorische waarden zorgfunctie verblijfsrecreatie agrarische aanverwante bedrijven agrarisch dienstverlenende bedrijven manege opslag van vaar-en voertuigen dagrecreatie niet-agrarischebedrijven (opgesomd in bijlage) landschapsbeheer De lijst van toegestane niet-agrarische bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de bestaande lijsten uit de geldende bestemmingsplannen waarbij gekozen is voor bedrijven in de categorieën 1 en 2, die geen verkeersaantrekkende werking hebben èn die als niet- industrieel kunnen worden aangemerkt of die een duidelijke relatie hebben met de agrarische functie. In de lijst komen ook enkele bedrijven voor die genoemd worden onder categorie 3.1. Die worden toch inpasbaar geacht omdat ze een duidelijk relatie hebben met de agrarische functie en/of die vanwege de beperkte omvang qua invloed op de omgeving als bedrijf in categorie 2 kunnen worden aangemerkt.

Rechtspraak bij dit artikel