Uit het beleid van Heerenveen en Skarsterlân bleek een duidelijke keuze voor een ruimhartige opstelling bij het toestaan van nieuwe functies voor vrijgekomen (agrarische) opstallen. Voorgesteld wordt daarom deze lijn in het geharmoniseerde beleid door te zetten en daarbij aansluiting te zoeken bij de provinciale kaders.
Dat betekent dat in beginsel hergebruik van voormalige agrarische opstallen aanvaardbaar moet worden geacht:
soort ‘hergebruik’
voorwaarden
wonen
geen opslag- of stalling buiten gebouwen
alleen in bestaande gebouwen of uitbreiding met ten hoogste 10%;
geen onevenredige verkeersaantrekkenede werking
geen onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van bestaande agraiosche opstallen.
geen onevenredige afbreuk aan de landschappelijkeen cultuurhistorische waarden
zorgfunctie
verblijfsrecreatie
agrarische aanverwante bedrijven
agrarisch dienstverlenende bedrijven
manege
opslag van vaar-en voertuigen
dagrecreatie
niet-agrarischebedrijven (opgesomd in bijlage)
landschapsbeheer
De lijst van toegestane niet-agrarische bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de bestaande lijsten uit de geldende bestemmingsplannen waarbij gekozen is voor bedrijven in de categorieën 1 en 2, die geen verkeersaantrekkende werking hebben èn die als niet- industrieel kunnen worden aangemerkt of die een duidelijke relatie hebben met de agrarische functie. In de lijst komen ook enkele bedrijven voor die genoemd worden onder categorie 3.1. Die worden toch inpasbaar geacht omdat ze een duidelijk relatie hebben met de agrarische functie en/of die vanwege de beperkte omvang qua invloed op de omgeving als bedrijf in categorie 2 kunnen worden aangemerkt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.7
Artikel 4.7.2
Doorwerking naar nieuw gemeentelijk beleid
Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)