Heerenveen en Boarnsterhim kenden, zoals al is aangegeven, een aparte regeling voor woonboerderijen: voormalige agrarische bedrijfsgebouwen die – al dan niet verbouwd of aangepast – geheel of in overwegende mate als woning in gebruik zijn. De beide gemeenten kenden een regeling om de landschappelijke waardevolle gebouwen te behouden. In Heerenveen waren de bouwregels voor woonboerderijen op de bestaande situatie afgestemd, in Boarnsterhim gold een meer algemene regeling op grond waarvan nadere (bouw)regels konden worden gesteld teneinde te voorkomen dat afbreuk werd gedaan aan het ruimtelijk beeld in bepaalde benoemde gebieden. Een en ander is nader uitgewerkt in een bij het bestemmingsplan behorende landschapskaart. Het hieraan ten grondslag liggende motief is (deels) gelijk aan dat wat in Heerenveen aan de regeling ten grondslag ligt. De wijze waarop daar uitvoering aan is gegeven, wijkt echter behoorlijk af.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1
Artikel 6.1.1
Samenvatting beleid oude gemeenten
Onderdeel van Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)