In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle :
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd. Zie hiervoor art. 12;
Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
Iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
De uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
De uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen, Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van leningen en uitzettingen te versturen naar het afdelingshoofd financiën;
Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie gecontroleerd door de medewerker van de afdeling financiën belast met interne controle;
De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:
De uitvoering rechtmatig en doelmatig is;
De treasury activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;
De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.