brengt ter algemene kennis dat zij op 24 januari heeft besloten:
- - De gemeente Amsterdam aan te wijzen als gebied waarin het verboden is zonder vergunning bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van bedrijfsmatige autoverhuur uit te oefenen.
- - Bedrijfsmatige autoverhuur te definiëren als: het bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig is verhuren van twee of meer (personen)auto’s, bestelbussen of lichte vrachtauto’s tot 3500 kilo tegen enige vorm van vergoeding.
- - Van de vergunningplicht uit te sluiten het garagebedrijf dat aan de eigenaar van een auto dat in het betreffende garagebedrijf wordt gerepareerd of onderhouden, een andere auto ter beschikking stelt voor de duur van die reparatie of dat onderhoud.
- - De termijn als bedoeld in artikel 3.69 van de APV waarop de vergunningplicht in werking treedt voor bedrijfsmatige activiteiten die op het tijdstip van de aanwijzing reeds worden uitgeoefend, vast te stellen op vier maanden, met dien verstande dat indien een aanvraag om vergunning tijdig is ingediend de bedrijfsmatige activiteiten in principe kunnen worden voortgezet totdat op de aanvraag een besluit is genomen.
- - De Wet Bibob van toepassing is op de vergunningsaanvraag.
- - Dit besluit in werking te laten treden op de dag na die van bekendmaking en te laten voortduren tot drie jaar nadien, tenzij de openbare orde eerdere intrekking ervan toestaat of verlenging ervan vergt. Het besluit kan worden aangehaald als “Aanwijzingsbesluit autoverhuurbranche''.