Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Wettelijke bepalingen

Onderdeel van Beleidsregel aanpak heling en handhavingsmatrix Rijswijk 2024

Van belang zijn artikel 125, 149, 154 en 174 Gemeentewet, artikel 416, 417, 417bis, 437 en 437bis, 437ter Wetboek van Strafrecht, uitvoeringsbesluit artikel 437 WvSr, artikel 552 Wetboek van Strafvordering, artikel 1 uitvoeringsbesluit 7/24 ex art. 437 WvS en de artikelen 2:32, 2:67 en 2:68 APV. Op grond van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven en is daarbij bevoegd om bevelen te geven die met het oog op de bescherming van de veiligheid en gezondheid nodig zijn. Dit is de juridische basis voor het tijdelijk kunnen sluiten van panden van handelaren die zich niet aan de (anti-heling) regels houden. Wat de handel in gebruikte goederen betreft, beperkt het Wetboek van Strafrecht zich (in Boek III, Titel II, Overtredingen betreffende de openbare orde) voornamelijk tot feiten die samenhangen met de inkoop van goederen. De handhaving van deze regels ligt primair bij politie en justitie. Op grond van artikel 437 WvSr kan de gemeenteraad in een verordening regels stellen met betrekking tot een verkoopregister voor handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen. De Algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeente Rijswijk richt zich in artikel 2:67 op de verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister. Ingevolge artikel 2:32 APV staat een exploitant van een openbare inrichting niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. In artikel 2:68 APV zijn voorschriften opgenomen die handelaren in acht moeten nemen bij vestiging, in de uitoefening en beëindiging van hun bedrijf. Deze combinatie van voorschriften is bedoeld om de handelaar een actieve rol te laten vervullen in het voorkómen van handel in gestolen goederen, alsmede door de registratieverplichtingen opsporingsonderzoeken van de politie naar deze goederen en het teruggeven ervan aan de rechtmatige eigenaar te faciliteren. Een handelaar dient zich als zodanig aan te melden via het DOL (Digitaal Opkopers Loket). Voor het bijhouden van de administratie dient de handelaar gebruik te maken van het DOR (Digitaal Opkopers Register) zoals aangegeven in het Uitvoeringsvoorschrift 7/24. De binnentredingsbevoegdheid bij handelaren is geregeld in artikel 552 van het Wetboek van Strafvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel