In het belang van de aanpak van heling van goederen is het gewenst dat handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen kunnen worden gecontroleerd. Om deze controle mogelijk te maken zijn ondernemers verplicht zich als handelaar kenbaar te maken bij de burgemeester en een doorlopend inkoopregister en verkoopregister bij te houden, waarin zij aantekening moeten houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die worden verworven, die voorhanden zijn, die worden verkocht of op andere wijze worden overgedragen. In Rijswijk is de verplichting opgenomen om deze aantekeningen bij te houden in het DOR. Het DOR is gekoppeld aan de politiedatabase Stop Heling met de aangiftes van gestolen spullen. Na de inkoop van een gestolen product en de registratie in DOR ontvangt de politie geautomatiseerd een notificatiemelding.
Het toezicht op het bijhouden van het DOR wordt uitgeoefend door de toezichthouder van de gemeente (boa’s). De boa moet op basis van de regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar aangewezen zijn in domein 1 (Openbare ruimte) of domein 2 (Milieu, welzijn en infrastructuur). De boa’s uit domein 1 of 2 zijn zowel bevoegd op grond van het Wetboek van Strafrecht als de APV. Bij het toezicht zal afstemming worden gezocht met de politie om de toezichthouder te vergezellen bij een controle als daar aanleiding toe is Wanneer de toezichthouder constateert dat de handelaar één of meerdere overtredingen begaat, kan dit leiden tot een sluiting van het pand. Met deze sluiting wordt getracht de aanzuigende werking van het pand op het inleveren van gestolen goederen te doen stoppen, dan wel in de toekomst te voorkomen. Hiermee wordt de keten van het plegen van een misdrijf, het (door)verkopen van de buitgemaakte goederen en daarmee de stimulans tot het plegen van dergelijke misdrijven doorbroken. De ondernemer krijgt tijdens de sluiting tevens de gelegenheid zich te beraden op zijn bedrijfsvoering en maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen. Er kunnen bijzondere omstandigheden van een ondernemer of pandeigenaar een rol spelen bij het besluit om wel of niet een bedrijf te sluiten. De pandeigenaar/ belanghebbende moet zelf kunnen aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Van een bijzondere omstandigheid kan bijvoorbeeld sprake zijn als een pandeigenaar proactief heeft samengewerkt met een overheidsinstantie waardoor bijvoorbeeld diefstal is opgespoord en een veroordeling kan plaatsvinden. Het hebben van financieel nadeel is in beginsel geen reden om van een sluiting af te zien.
Onderhavige beleidsregel en handhavingsmatrix wordt vastgesteld om op een eenduidige wijze te kunnen reageren bij geconstateerde overtredingen van de diverse verplichtingen. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de verplichtingen met betrekking tot het inkoopregister en de verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister.
3.1 Inkoopregister
De verplichtingen met betrekkingen tot het inkoopregister zijn opgenomen in het Wetboek van Strafrecht en het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De politie en de BOA kunnen beiden optreden als opsporingsambtenaar als het gaat om de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht (inkoopregister). Zij passen niet de toezichthoudende bevoegdheden toe op basis van de Algemene wet bestuursrecht. De gemeentelijke boa’s zijn aangewezen en aangemeld bij het register zodat zij inzage hebben en de controles kunnen uitvoeren.
3.2 Verkoopregister
De verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister en het gedurende een aantal dagen in bewaring houden van goederen zijn opgenomen in hoofdstuk 2, afdeling 9 van de APV. Deze regels kunnen bestuursrechtelijk en strafrechtelijk (via de strafbaarstelling van overtreding van de APV-regels) worden gehandhaafd.
Artikel 3
Handhaving Digitaal Opkopers Register (DOR)
Onderdeel van Beleidsregel aanpak heling en handhavingsmatrix Rijswijk 2024