Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 17.

Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Borger-Odoorn 2023

Het college kan onverminderd artikel 6 ten behoeve van de persoon op aanvraag een voorziening persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de wet in de vorm van een subsidie als bedoeld in de artikelen 22, 23 en 24, of ten aanzien van overige voorzieningen in natura in eigendom of bruikleen verstrekken als: de persoon een arbeidsbeperking heeft; de persoon behoort tot de doelgroep en minimaal achttien jaar oud is, tenzij hij VSO/PRO/entreeopleiding-onderwijs heeft genoten; de persoon niet zonder deze vorm van ondersteuning aan het arbeidsproces kan deelnemen; de werkgever een dienstbetrekking van minimaal zes maanden aanbiedt met een minimale omvang van 12 uur per week, dan wel dat er sprake is van een proefplaats als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van de wet; de voorziening geen arbo-taak betreft waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het geen meeneembare voorziening betreft die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er naar het oordeel van het college geen sprake is van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever verlangd kan worden; en de kosten van de voorziening(en) naar het oordeel van het college proportioneel zijn, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de [maatschappelijke] opbrengsten van uitstroom naar werk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel