Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 9.

Proefplaats

Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Borger-Odoorn 2023

1.. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever gedurende twee maanden, met mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van algemene bijstand. 2.. Voor een proefplaats kan onverminderd artikel 6 uitsluitend toestemming verleend worden als: de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of zijn rechtsvoorganger, zijn verricht; de werkgever bij de start van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, als hij geschikt is, direct na zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen voor minimaal hetzelfde aantal uren als tijdens de proefplaatsing; er geen sprake is van verdringing op de arbeidsmarkt. 3.. Het college weigert de toestemming als bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk. 4.. Na een proefplaats kan geen forfaitaire loonkostensubsidie ingezet worden. Na een proefplaats kan alleen loonkostensubsidie gebaseerd op een loonwaarde worden ingezet. 5.. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 6.. Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de dienaangaande bepalingen in deze verordening. 7.. In een schriftelijke overeenkomst tussen het college, de persoon en de werkgever, wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de proefplaats, de startdatum, de duur het aantal uren per week, de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt, en de intentieverklaring als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel