Er zijn diverse grondprijsmethodieken te onderscheiden:
Comparatieve methode
Bij deze methodiek wordt de waarde van de grond afgeleid uit een aantal vergelijkbare objecten waarvan de grondprijs bekend is. De grondprijs wordt gebaseerd op een vergelijking met prijzen op andere locaties in de gemeente of met de grondprijzen van gemeenten in de regio.
Grondquotemethodiek
Deze methode stelt de grondprijs op grond van ervaringsregels gelijk aan een percentage van de marktprijs van het desbetreffende vastgoed. Dit percentage wordt vaak berekend op basis van een (normatieve) residuele waarde berekening.
Residuele grondwaardemethode
De residuele waarde is het verschil tussen de marktwaarde van het vastgoed en de bouw- en bijkomende kosten om dit vastgoed daadwerkelijk te realiseren. De marktwaarde van het vastgoed kan overigens weer door middel van verschillende methodieken worden bepaald.
Normatieve grondprijs
De normatieve grondprijs wordt gehanteerd als prijs voor woningen die gerealiseerd worden voor de sociale woningbouwsector en voor voorzieningen met een algemeen belang, zoals buurthuizen, zorginstellingen, scholen etc. In sommige gevallen wordt de grond via normatieve prijsbepaling voor een lagere prijs uitgegeven dan de kostprijs, omdat het maatschappelijk belang belangrijker is dan de grondopbrengsten. Daarnaast geldt de normatieve grondprijs voor sociale woningbouw ook als bodemprijs voor de vrije marktwoningen. Deze prijs wordt jaarlijks bepaald in de grondprijzenbrief en vastgesteld door het college.
Openbare biedingsprocedure
Bij een openbare biedingsprocedure worden marktpartijen uitgenodigd om in concurrentie een bod te doen op de bouwgrond. De gemeente hanteert hierbij een van tevoren vastgestelde minimumprijs/ bodemprijs die onder voorwaarden openbaar kan zijn. Dit is als de biedings-/tenderprocedure wordt gecombineerd met een ontwerpprijsvraag op basis van een Programma van Eisen. In dat geval neemt de gemeente het grondbod van de inschrijvers met een vooraf bepaalde wegingsfactor mee in de einduitslag.
Kostprijsmethode
Bij deze methodiek wordt de grondprijs direct afgeleid uit alle kosten die de gemeente moet maken om de grond te verkopen als bouwrijpe grond. De kosten voor de verwervingen, sloop, sanering, bouw- en woonrijp maken en planontwikkeling bepalen uiteindelijk de hoogte van de grondprijs. De kostprijsmethodiek dient in feite als minimumprijs voor de tot stand te brengen koopsom.
Jaarlijks wordt door het college een grondprijzenbrief met de actuele grondprijzen vastgesteld en gepubliceerd.
In onderstaande tabel is opgenomen per segment welke methode wordt gehanteerd.
Segment
Methode
Sociale woningbouw
Normatieve grondprijs
Vrije sectorwoningbouw
Residuele grondprijs
Particuliere Bouwkavels
Residuele grond /
Comparatieve grondprijs
Detailhandel
Residuele grondprijs
Kantoren
Residuele grondprijs
Woonwagens standplaats
Comparatieve grondprijs
Bedrijventerreinen
Comparatieve grondprijs
Glastuinbouw
Comparatieve grondprijs
Snippergroen
Normatieve grondprijs
Maatschappelijke voorzieningen
Normatieve grondprijs
Overige
Comparatieve / residuelegrondprijs
“Beleidsuitgangspunt 12 – Normatieve grondprijs voor sociale woningbouw en maatschappelijke voor-zieningen.“