Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

OAB-scan 2019

Onderdeel van Uitvoeringsplan Onderwijskansenbeleid 2023-2026

De OAB-scan van Sardes geeft inzicht in de spreiding van de onderwijsachterstanden in een gemeente. De scan laat zien op welke plekken in de gemeente het risico op onderwijsachterstanden het grootst is: op welke scholen, bij welke besturen, en in welke wijken en buurten. Zowel in 2019 als in 2022, waarover verderop meer, hebben wij deze scan laten uitvoeren. Vanaf 1 januari 2019 is het OAB van gemeenten gebaseerd op een gewichtenregeling met vijf indicatoren (opleidingsniveau, herkomstland, verblijfsduur in Nederland, opleidingsniveau moeders op school en schuldsanering). Sardes maakt op basis van grote databestanden van het CBS en DUO analyses voor gemeenten. Uit de scan voor Lingewaard, waarin de oude regeling (tot 2019) met de nieuwe regeling (vanaf 2019) werd vergeleken in 2019, bleek het volgende: In vergelijking met andere gemeenten hebben de ouders in Lingewaard een gemiddeld opleidingsniveau: het percentage MBO 4 is iets hoger dan gemiddeld, maar niet heel afwijkend. Een relatief hoog percentage ouders is afkomstig uit NL en ook de verblijfsduur in NL is hoger dan gemiddeld. Relatief laag percentage schuldsanering in vergelijking met andere Nederlandse gemeenten. De conclusie: het gaat dus vooral om onderwijsachterstand bij de autochtone bevolking in Lingewaard. Schoolscores (achterstandscores CITO van alle leerlingen van een school opgeteld). De top 5 van de huidige regeling is anders dan de top 5 van de nieuwe regeling. Zijn de scholen die hoog staan ook de scholen waar men de meeste problematiek ervaart? Wat voor kinderen zitten er op deze scholen? Op welke indicatoren scoren zij hoog? En de scholen met weinig problematiek: ook herkenbaar? Hadden ze andere scholen hoger/lager verwacht? Leerlingscores (schoolscores CITO gedeeld door aantal leerlingen). Sardes corrigeerde zo voor de grootte van de school. In dit lijstje kunnen ook kleine scholen met zware problematiek komen bovendrijven, die bij de schoolscores geen hoge score hadden. Dat is het geval voor één school, die nu hoger komt te staan. Op de drie hoogst genoteerde scholen is de problematiek vrij gelijkwaardig als je kijkt naar de leerlingscores (0,39, 0.33, 0.30) Wel belangrijk: de problematiek is in vergelijking met OAB-scans die voor grotere steden als Almere, Almelo, Amersfoort zijn gemaakt wel relatief klein. Daar waren scholen met leerlingscores boven de 3. Hier is de hoogste leerlingscore 0.39 en het gemiddelde 0,10. Ter vergelijking het gemiddelde in gemeenten met eenzelfde soort populatie (omvang doet er iets minder toe): Zevenaar (0,45) en Montferland (0,27). Ook klein en vooral autochtoon: Elburg (0,40) en Geertruidenberg (0,34). Conclusie: een gemiddelde leerlingscore van 0,10 is landelijk gezien laag. Ook zijn de vve-locaties geplot op de kaart. Daar is te zien dat de vve-locaties mooi gespreid zijn over de kernen en scholen en dat alle ‘rode’ scholen bediend worden. Ook is te zien dat er veel vve-locaties zijn bij groene scholen. Hoe denken de aanbieders/scholen hierover? Zijn er goede redenen voor? Zijn er genoeg kinderen om de locaties met een VVE-aanbod in stand te houden/te blijven bekostigen? De totale problematiek was het hoogst bij schoolbestuur De Linge. Zij hebben de meeste rode scholen (met een hoge schoolscore) en ook de hoogste gemiddelde leerlingscore. Ook zijn er grote verschillen te zien in achterstand per kern/wijk. Het is wel goed om hier onderscheid te maken tussen de totale achterstand (Gendt hoog) en de achterstand per leerling (Doornenburg hoog). Herkenbaar of had men anders verwacht? Segregatie: rode en groene scholen naast elkaar. Op een aantal plekken zitten rode scholen met veel achterstand en groene scholen met weinig achterstand dichtbij elkaar, bijvoorbeeld in Huissen. Hoe komt dat? Is daar wat aan te doen? Willen we daar iets aan doen? Het percentage schuldsanering is 2. Dit is heel erg laag, zeker in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Deze resultaten van deze OAB-scan konden we gebruiken in het overleg met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Ook was het een startpunt voor een mogelijke herziening van ons OAB. De drie schoolbesturen herkenden in maart 2019 dat er veel autochtone kinderen zijn met een ontwikkelingsachterstand. Het is een mix en ook afhankelijk van de kern of wijk. Sommige scholen hebben maar een paar kinderen met een niet-Nederlandse herkomst. Toch zijn er ook in Bemmel veel VVE-kinderen. De focus ligt toch meer op kinderen van statushouders. In Doornenburg zijn er relatief veel statushouders, in Angeren zit ook wel de doelgroep, namelijk kinderen in de gezinshuizen (moeder-kind huizen). Op twee scholen in Huissen zitten ook veel kinderen uit Arnhem, maar onduidelijk was in hoeverre dat in de cijfers was meegenomen. Daarentegen is een andere school een echte wijkschool met ook de meeste problematiek. VVE-locaties hebben we bij bijna alle scholen in Lingewaard (de groene locaties). Dat is lang niet in alle gemeenten zo. De kinderopvangorganisaties werken in de Integrale Kindcentra (IKC’s) nauw samen met het onderwijs en hebben er ook bewust voor gekozen om een VVE-programma aan alle kinderen in Lingewaard aan te bieden.

Rechtspraak bij dit artikel