VE is voor ons een wettelijke taak in het OAB (zie ook bijlage 1). We beschrijven in de komende paragrafen o.a. het doel en de doelgroep van VE, de doelgroepdefinitie, de indicatie en toeleiding en we leggen uit hoe het voorschoolse aanbod in Lingewaard is vormgegeven. Dit is in lijn met de voorwaarden die het Rijk hierin stelt. Een groot deel van de activiteiten loopt al enige jaren. Voor 2023 worden hierin geen wijzigingen verwacht.
Onze verantwoordelijkheden
Wij hebben op grond van de WPO en de wet OKE een verplichting tot het aanbieden van voldoende voorschools aanbod in volume, spreiding en kwaliteit voor peuters met een (risico op een) taalachterstand. Het Rijk stelt voor dit beleid een specifieke uitkering beschikbaar. Deze middelen zijn bedoeld voor:
Voorzieningen voor voorschoolse educatie die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;
Overige activiteiten (naast voor- en vroegschoolse educatie) voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal;
Afspraken over voor- en vroegschoolse educatie (vve) met bevoegde gezagsorganen van scholen, houders van kindcentra en peuteropvanglocaties;
Monitoren van effecten, indiceren en toeleiden, preventieve en stimulerende activiteiten ter verhoging van het bereik van doelgroepkinderen.
Aanvullend hebben wij ook een eigen gemeentelijk budget beschikbaar voor aanverwante zaken. Dit onderstreept het belang dat wij hechten aan de doorlopende ontwikkellijn die bij de jongsten in onze gemeente begint. Het OAB heeft raakvlakken met het jeugdbeleid in brede vorm. Daarom hebben we als gemeente aandacht voor de doorgaande lijnen tussen de voor- en vroegschoolse voorzieningen en de samenwerking hierin met passend onderwijs en de lokale partners die een rol spelen in het kader van preventie en jeugdhulp.
Rol Jeugdgezondheidszorg (JGZ)
De JGZ heeft een wettelijke taak als het gaat om het systematisch volgen en signaleren van de ontwikkeling van jeugdigen. De JGZ ziet bijna alle kinderen. Ze zijn dan ook een belangrijke samenwerkingspartner op het gebied van signaleren en verwijzen naar voorschoolse voorzieningen. De JGZ verzorgt na het constateren van een (risico op een) onderwijsachterstand de verwijzing/indicatie naar een peuteropvang met VE. Het constateren van een (risico op een) onderwijsachterstand doen zij aan de hand van de gemeentelijk bepaalde doelgroepdefinitie, waarin staat wat de voorwaarden zijn om tot indicatiestelling over te gaan. Deze doelgroepdefinitie wordt in de volgende paragraaf beschreven.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Voorschoolse Educatie
Onderdeel van Uitvoeringsplan Onderwijskansenbeleid 2023-2026