Deze paragraaf beschrijft wat VE is, voor welke kinderen het is en welk doel het dient. Ook beschrijven we welke criteria door de JGZ worden gehanteerd om de doelgroep te indiceren.
Doel
In de huidige subsidieregeling is de VE als volgt omschreven: “een aanbod peuteropvang gericht op kinderen van 2 tot 4 jaar oud als bedoeld in artikel 166, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en dat voldoet aan de kwaliteitseisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vastgesteld op 7 juli 2010, en zoals nadien gewijzigd.
En een peuterplaats VE: “een aanbod peuteropvang gericht op doelgroeppeuters voor peuters vanaf 2 tot 4 jaar gedurende 640 uur per jaar te verdelen over 40 of 46 weken per jaar en op minimaal 3 dagdelen per week op minimaal 3 dagen per week met een maximum van 6 uur per dag. Dit aanbod wordt aangevuld met extra begeleiding van de doelgroeppeuter en de ouder(s).”
En de VVE: “Voor en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het OAB. Het doel is om peuters met een mogelijke (taal)achterstand, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en ervoor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. Voorschoolse educatie is voor doelgroeppeuters op kinderdagverblijven. Vroegschoolse educatie is bedoeld voor doelgroepkleuters uit groep 1 en 2.
Naast eerdergenoemde uitgangspunten en rollen zijn wij verplicht om een doelgroepdefinitie te hanteren voor ons VE-beleid. Wij zijn daarbij vrij om zelf te bepalen hoe wij deze definitie vormgeven. In het model van het CBS, op basis waarvan de hoogte van de OAB-middelen worden bepaald, worden omgevingskenmerken gebruikt die volgens onderzoek het risico van een kind op een onderwijsachterstand voorspellen. De omgevingskenmerken die hierin meegenomen worden zijn:
Opleidingsniveau van de ouders;
Herkomst;
Verblijfsduur van de moeder in Nederland;
Wel of niet in de schuldsanering en;
Het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op school.
Definitie
In Lingewaard wordt gewerkt met de volgende doelgroepdefinitie die deels in lijn ligt met de indicatoren vanuit het CBS. Deze is opgesteld in overleg met onze samenwerkingspartners en luidt sinds 1 januari 2020 (niet gewijzigd per 2022):
Peuters uit de gemeente Lingewaard die in aanmerking komen voor voorschoolse educatie zijn alle twee- en driejarige kinderen, die een indicatie/verwijzing hebben gekregen van de JGZ:
Opleidingsniveau beide ouders/verzorgers is laag (het opleidingsniveau van ouders/ verzorgers is maximaal LBO/VBO, praktijkonderwijs of VMBO basis- of kaderberoepsgerichte leerweg) en/of;
Op basis van een gesignaleerde taalontwikkelingsachterstand of een hoog risico daarop.
Dat betekent dat een doelgroepkind een kind is dat woonachtig in de gemeente Lingewaard van 2 tot 4 jaar dat voldoet aan één of meer van onderstaande kenmerken:
Heeft een (mogelijke) ontwikkelingsachterstand op cognitief gebied, waaronder spraak- en taal en mogelijk ook rekenen;
De JGZ kent een mogelijk risico op achterstand toe vanwege een relatief laag opleidingsniveau van de ouder(s);
Komt uit een gezin met onvoldoende ontwikkelingsstimulans in het gezin, het netwerk en/of de omgeving, en/of waarbij de Nederlandse thuistaal ontbreekt;
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5
Doel, doelgroep en doelgroepdefinitie
Onderdeel van Uitvoeringsplan Onderwijskansenbeleid 2023-2026