Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Versterking ondersteuningsstructuur kinderopvang

Onderdeel van Uitvoeringsplan Onderwijskansenbeleid 2023-2026

Een goede samenwerking in de driehoek kinderopvang, gezinscoach en JGZ is noodzakelijk om de ontwikkeling van kinderen met een ondersteuningsbehoefte in de gemeente te optimaliseren. Belangrijk hierbij is te beseffen dat een kind met een VE-indicatie niet per definitie een kind met een zorgvraagstuk is. Een VE-indicatie wordt afgegeven wanneer het kind een risico heeft op onderwijsachterstanden. In principe zou een kwalitatief goed VVE-programma (in voor- en vroegschool) en voldoende uren afname van dat aanbod, voldoende moeten zijn om achterstanden te voorkomen of in te lopen. Wanneer we het hebben over peuters met een ondersteuningsbehoefte, zijn er eigenlijk vier zorgniveaus in de kinderopvang te onderscheiden: (Basis) Zorg voor alle peuters/kinderen De peuter ontwikkelt conform kalenderleeftijd. Extra ondersteuning/ zorg binnen de voorziening Men ziet potentiële ontwikkelingsachterstand bij de peuter. Extra externe zorg Ontwikkelingsachterstand is zichtbaar bij de peuter, extra inzet is niet effectief. Externe plek (aanbod) Plaatsing in de reguliere kinderopvang is voor de peuter niet meer mogelijk en voortzetting in de specialistische groep is noodzakelijk. Tot en met niveau 2 is de kinderopvang, met de eigen goed opgeleide pedagogisch medewerkers en de HBO-inzet, in staat om de juiste begeleiding te bieden. Om te voorkomen dat teveel kinderen -onnodig- vanuit voorschoolse voorzieningen doorstromen naar speciale voorzieningen/speciaal (basis)onderwijs of terechtkomen op een plek die niet passend is, is het belangrijk om tijdig met elkaar om tafel te gaan. Dat betekent dat als er zorgen zijn over een kind en/of niet duidelijk is wat de beste onderwijsplek is, de voorschoolse voorziening bij voorkeur rond de derde verjaardag contact opneemt met het samenwerkingsverband Passendwijs. Dan wordt er een gezamenlijk overleg georganiseerd met de ouders, de betreffende voorschoolse voorziening, Passendwijs, de gezinscoach en indien relevant de jeugdarts van het CB of andere hulpverleners. Samen bespreken zij de kansen en belemmeringen van het kind en bedenken en organiseren zij een passend onderwijs-zorgarrangement. Zo kan het kind als het drie jaar en negen maanden is, worden aangemeld bij een passende vervolgplek, bij voorkeur in onze gemeente, waar het de juiste ondersteuning krijgt. Op deze manier wordt het gesprek over het onderwijsperspectief dus naar voren gehaald. Maar ook in de periode dat het kind gebruik maakt van de voorschoolse voorziening, terwijl meer ondersteuning dan voorschoolse educatie nodig is, is passende hulp en coaching en begeleiding van de pedagogisch medewerkers belangrijk. Doel is dat met de kinderopvang de bovengenoemde niveaus 3 en 4 zoveel mogelijk voorkomen wordt. Dat kinderen onnodig extra externe zorg nodig hebben of een extern aanbod ingezet moet worden. Tenslotte: vanuit nieuwe wet- en regelgeving in de VE is het vanaf 1 januari 2022 verplicht om op VE-locaties per geïndiceerde peuter 10 uur HBO-inzet per jaar in te zetten. Voor ons zijn hier in ons OAB-middelen budget voor opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel