| **Begrip | Omschrijving** |
|---|---|
| (Dis)agio | (Dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. |
| Activeren | Het als bezitting/vermogensobject op de balans opnemen van aangeschafte of vervaardigde zaken die langer dan een jaar tot de beschikking van de organisatie staan. |
| Afschrijven | Het op een methodische wijze in de boekhouding tot uitdrukking brengen van de waardevermindering van een actief (vermogensobject) over een bepaalde periode. |
| Afschrijvingstermijn | De periode waarover een investering wordt afgewaardeerd. |
| Annuïtair afschrijven | Toepassing van de annuïteitenmethode leidt ertoe dat de afschrijvingsbedragen in de eerste jaren van de economische gebruiksduur lager zijn dan in de laatste jaren. Bij de annuïteitenmethode is de som van de afschrijving en de rente elk jaar gelijk; het afschrijvingsbedrag wordt bepaald door de annuïteit te verminderen met het rentebedrag. |
| Baten en lasten stelsel | In een baten- en lasten stelsel worden uitgaven en ontvangsten toegerekend aan het tijdvak waarin het verbruik van goederen en diensten plaatsvindt en de baten c.q. lasten ontstaan. |
| BBV | Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. |
| BCF | BTW-compensatiefonds. |
| Bestemmingsreserve | Een bestemmingsreserve is een reserve waar de raad een bepaalde bestemming aan heeft gegeven. |
| Boekwaarde | De waarde van een geactiveerde investering op enig moment is de historische kostprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. |
| Bruto-methode | Er wordt gesproken van de bruto-methode indien de bijdragen en onttrekkingen uit de reserves niet op de verkrijging-/ vervaardigingprijs in mindering worden gebracht. |
| Componentenbenadering | De componentenbenadering wordt toegepast indien de totale uitgaven voor de verkrijging of vervaardiging van een materieel vast actief worden toegewezen aan de samenstellende delen ervan, die vervolgens ieder afzonderlijk worden verwerkt. |
| Contante waarde | Het bedrag dat op dit moment nodig is om in de toekomst een of meer betalingen te kunnen verrichten, waarbij rekening is gehouden met rente. |
| Economische levensduur | In bedrijfskundige zin de maximale periode waarin een productiemiddel (bijvoorbeeld een machine) economisch verantwoord kan worden gebruikt. Door storingen, slijtage, ouderdom kunnen de onderhoudskosten te hoog worden. Ook als gevolg van technologisch ontwikkeling kan de economische levensduur verstreken zijn. |
| Economisch nut | Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. |
| Financiële vaste activa | Financiële vaste activa is een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen). |
| Immateriële vaste activa | Immateriële vaste activa zijn uitgaven waar geen gemeentelijke bezittingen tegenover staan. Dit zijn die activa die niet stoffelijk van aard zijn en die niet onder de financiële vaste activa worden begrepen (bijvoorbeeld kosten sluiten geldleningen). Onder deze rubricering vallen ook de bijdragen aan activa in eigendom van derden. |
| Investeren | Investeren is het verwerven c.q. produceren van vermogensobjecten, ofwel het doen van uitgaven voor een goed of ter bereiking van een doel, waaraan een nuttigheid kan worden toegerekend die langer duurt dan één jaar. |
| Kapitaallasten | Het totaal van de afschrijvings-en de rentelasten. |
| Krediet | Kredieten zijn te activeren investeringsbedragen, waarbij het college expliciet in een raadsbesluit toestemming heeft gekregen om verplichtingen aan te gaan tot een bepaald bedrag (autorisatiefunctie). |
| Lineair afschrijven | Afschrijven volgens een vast percentage van de aanschafprijs. Uitsluitend het tijdsverloop is bepalend voor de waardevermindering van het actief. Het jaarlijkse afschrijvingsbedrag is gelijk. |
| Maatschappelijke functie | Activa met een economisch nut kunnen een maatschappelijke functie vervullen. Bijvoorbeeld een gemeentehuis, bibliotheek, sportaccommodaties. |
| Maatschappelijk nut | Deze activa leveren geen middelen in bedrijfseconomische zin op en/of er is geen markt voor. Deze activa leveren gedurende meerdere jaren wel een bijdrage aan het maatschappelijke nut. Voorbeelden daarvan zijn wegen, pleinen en parken. |
| Materiële vaste activa | Materiële vaste activa zijn investeringsuitgaven waar tegenover bezittingen staan, waarvan de gebruiksduur gedurende meerdere jaren kan worden toegepast. |
| Nominale waarde | Waarde zoals die staat aangegeven op een waardepapier. |
| Technische levensduur | De periode dat een product functioneert. Het is aan het einde van de technische levensduur versleten, vergaan of kapot. Als van een product de technische levensduur langer is dan de economische levensduur ontstaat na verloop van tijd de situatie dat het nog wel functioneert (technisch), maar dat het voordeliger (economisch) is het te vervangen door iets moderners met bijvoorbeeld lagere gebruiks-/onderhoudskosten. |
| Voorziening | Een voorziening is een passiefpost in de balans, die een schatting geeft van de voorzienbare lasten in verband met risico's en verplichtingen, waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden per de balansdatum min of meer onzeker zijn, en die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan die datum. |
| Waarderen | Het toekennen van een bepaalde prijs (waarde) aan een object, op basis van ervaring en/of marktgegevens. |
Bijlage 2:
Bijlage 2: Nota activeren en afschrijven 2024
Begrippenlijst
Onderdeel van Nota activeren en afschrijven 2024
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. Bijlage 2: bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon