Beleidskader 1 Activeringsdrempel

  • - Investeringen vanaf € 25.000 worden geactiveerd;
  • - Identieke investeringen/goederen die afzonderlijk beneden de activagrens liggen en in één boekjaar worden aangeschaft en gezamenlijk als totaal boven de activagrens liggen worden als één investering geactiveerd.

Beleidskader 2 Kosten van afsluiten van geldleningen en (dis-)agio

Kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden geactiveerd voor maximaal de duur van de looptijd.

Beleidskader 3 Kosten van onderzoek en ontwikkeling (Haalbaarheidsonderzoek)

Indien de kosten van onderzoek en ontwikkeling aan de gestelde voorwaarden voldoen, geldt een maximale afschrijvingstermijn van vijf jaar (art. 64 lid 5). Als niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan dan moeten deze kosten in één keer ten laste van de exploitatie worden gebracht. De afschrijving start in het jaar volgend op het go-besluit (einde haalbaarheidsfase). Indien een no-go besluit wordt genomen worden de kosten ineens afgeboekt in het jaar waarin het no-go besluit is genomen.

Beleidskader 4 Activa in eigendom van derden

Artikel 64 lid 6 BBV geeft aan dat voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan die van de activa waarvoor de bijdrage wordt verstrekt.

Beleidskader 5 Reserve dekking kapitaallasten (activa reserve)

De raad zal de bestemmingsreserve voor gehele of gedeeltelijke dekking van kapitaallasten aanhouden. De reserve wordt niet op de investering in mindering gebracht, maar valt jaarlijks vrij conform de afschrijvingstermijn van het actief (bruto waarderingsmethode).

Beleidskader 6 Toerekening loonkosten en overhead aan investeringen

Bij nieuwe investeringen zal worden bekeken welke loonkosten (voorbereiding, administratie en toezicht) en indirecte kosten (overwegend overhead) worden toegerekend in de investering.

Beleidskader 7 Componentenbenadering

Met uitzondering van de component grond wordt in Beek geen gebruik gemaakt van de componentenbenadering.

Beleidskader 8 Gronden en terreinen

Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Kosten van grondaankopen ten behoeve van investeringen met maatschappelijk nut (wegen, riolering, etc.) worden tot de kosten van de specifieke investering gerekend.

Beleidskader 9 Koop en lease

Er wordt grotendeels overgegaan van lease naar koop. Daarbij zal de aanschaf van ICT zoveel mogelijk onder drie onderdelen jaarlijks worden geactiveerd en afgeschreven, te weten devices, hardware en (eenmalige aanschaf) software.

Beleidskader 10 Sloopkosten

Sloopkosten gerelateerd aan nieuwbouw worden niet geactiveerd en behoren daarmee niet tot de vervaardigingsprijs van een actief. De raad kan op voorstel van het college besluiten om hiervan af te wijken en de sloopkosten wel te activeren.

Beleidskader 11 Verwerking duurzame waardevermindering

In het geval er sprake is van een duurzame waardevermindering bij vastgoed wordt hiervoor een ver-liesvoorziening gevormd.

Beleidskader 12 Restwaarde

Bij afschrijving van gebouwen wordt rekening gehouden met een restwaarde van 15%. Voor de overige activa wordt geen rekening gehouden met een restwaarde.

Beleidskader 13 Afschrijvingsmethode

  • - Op activa wordt afgeschreven op basis van de lineaire methode.
  • - In afwijking van het bepaalde onder a. kan de raad op voorstel van het college besluiten om op basis van de annuïtaire methode af te schrijven

Beleidskader 14 Afschrijvingstermijn

  • - Investeringen worden afgeschreven volgens de termijnen zoals opgenomen in de afschrijvingstabel die in de bijlage is opgenomen in deze nota.
  • - Het college kan aan de Raad voorstellen om in afwijking van de afschrijvingstabel een andere afschrijvingstermijn te hanteren gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
  • - Afschrijvingstermijnen van investeringen die niet voorkomen in de tabel worden bij de autorisatie van de betreffende investeringskredieten vastgesteld.

Beleidskader 15 Moment start afschrijving

De afschrijving vangt bij alle investeringen aan met ingang van het jaar volgend op de ingebruikneming/ oplevering. Bij een haalbaarheidsonderzoek start de afschrijving in het jaar volgend op het go-besluit (einde haalbaarheidsfase). Indien er een no-go besluit wordt genomen worden de kosten ineens afgeboekt in het jaar waarin het no-go besluit is genomen.

Beleidskader 16 Omslagrente

Bij totaal financiering vindt toerekening van rente over vaste activa naar de taakvelden plaats via de methode van omslagrente.

Alleen een positief rente-omslagpercentage wordt toegerekend aan de taakvelden.

Beleidskader 17 Rente-omslag afronding

Het rente-omslagpercentage dat voor de eerste keer wordt berekend naar boven afronden op een veelvoud van 0,5%. In de jaren daarna het rente-omslagpercentage alleen aanpassen als het oude afgeronde rente-omslagpercentage niet binnen de nieuwe bandbreedte valt. Het nieuwe rente-omslagpercentage wordt wederom op een veelvoud van 0,5% naar boven afgerond.

Het rente-omslagpercentage voor de kapitaallasten wordt jaarlijks vastgesteld bij de uitgangspunten van de (meerjaren)begroting. De rente wordt berekend over de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het betreffende jaar.

Beleidskader 18 Werkelijke rentelasten

De werkelijke rentelasten die aan de taakvelden worden doorbelast, worden eveneens afgerond op een veelvoud van 0,5%.

Beleidskader 19 Klein en groot onderhoud

Lasten van klein onderhoud mogen niet worden geactiveerd, maar dienen in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te worden gebracht.

Lasten van klein onderhoud mogen niet ten laste van een vooraf gevormde voorziening gebracht worden.

Lasten van groot onderhoud mogen niet worden geactiveerd en kunnen op twee wijzen worden verwerkt in de begroting/jaarrekening:

  • - Lasten in het jaar van uitvoering direct ten laste van de exploitatie brengen.
  • - Lasten in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde voorziening brengen.

Beleidskader 20 Investeringen worden geautoriseerd door de raad

Kredieten zijn voor investeringen beschikbaar gestelde budgetten (votering), waarbij het college expliciet in een raadsbesluit toestemming heeft gekregen om verplichtingen aan te gaan tot een bepaald bedrag (autorisatiefunctie).

Beleidskader 21 Overschrijden van een investeringsbudget

Bij een kredietoverschrijding tussen € 10.000 en € 25.000 is een B&W-voorstel afdoende. Bij een overschrijding boven de € 25.000 dient een raadsvoorstel te worden gemaakt. Als vooraf bekend is dat het krediet zal worden overschreden MOET voordat er krediet-overschrijdende uitgaven volgen een aanvullende kredietvotering worden aangevraagd. Mocht deze overschrijding onverhoopt autonoom zijn (bijvoorbeeld asbest in gemeentelijk gebouw dat direct moet worden verwijderd), dan kan dit achteraf aan B&W en/of Raad worden meegedeeld om een onrechtmatigheid te voorkomen.