1.. De auditcommissie is belast met advisering aan en overleg namens de raad over alle activiteiten die van belang zijn voor een goede beheersing op het gebied van rechtmatigheid en doelmatigheid, en het kunnen vervullen van haar toezichthoudende en controlerende bevoegdheid.

2.. Onder de in het eerste lid bedoelde activiteiten wordt in ieder geval begrepen:

  • - De advisering over het Programma van Eisen voor de aanbesteding van de accountantscontrole en de voorbereiding van het aanbestedingstraject voor het contract met de accountant.
  • - De bespreking van het rapport van bevindingen over de controle van de jaarrekening met de accountant en de advisering hierover aan de raad.
  • - De advisering over de vaststelling van het controleprotocol voor de accountantscontrole, met daarin eventuele bijzondere onderzoeksonderwerpen namens de raad.
  • - Evaluatie van de samenwerking met de accountant en eventuele advisering hierover aan de raad.
  • - Het onderzoek van alle documenten behorend bij de P&C cyclus als financiële sturingsinstrumenten voor de raad, evenals de beoordeling van de kwaliteit en informatiewaarde van deze documenten, uitmondend in een advies aan de raad.
  • - De advisering over de verordeningen gebaseerd op artikelen 212, 213 en 213a Gemeentewet.
  • - Het bevorderen van afstemming van de onderzoeken van het college, de accountant en de rekenkamer.
  • - De auditcommissie kan in overleg treden met de Rekenkamer BUCH over onderzoeken die specifiek voor Bergen gelden.

3.. De voorzitter van de commissie neemt namens de raad deel aan het afstemmingsoverleg zoals bepaald in artikel 4 lid 3 van de 'Controleverordening gemeente Bergen', te noemen 'auditcommissie'.

4.. De commissie treedt niet in de onderscheidenlijke bevoegdheden van de raad en het college en heeft derhalve geen directe opdrachtgevende rol naar de accountant, onderzoeksbureaus of de gemeentelijke organisatie.