Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.3

Artikel 7.3.3

Kolk- en huisaansluitingen algemeen

Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte 2024

Aansluitingen (huis- en kolkleiding) hebben standaard een diameter van ø125 mm. Altijd zettingsstukken opnemen in standpijpen. In afvoerleidingen mogen geen 90° bochten worden toegepast. Afvoerleidingen worden uitgevoerd in PVC klasse 34. Voor de ontstoppingsputjes geldt dat deze tegen de grens openbaar terrein moeten worden geprojecteerd. 7.3.3.1Huisaansluitingen In elke afzonderlijke huisaansluiting wordt een ontstoppingsstuk geplaatst met grijs (DWA) dan wel groen (HWA) deksel, ophogen d.m.v. standleiding in kleur diameter 315 mm tot 50 cm afgedopt onder maaiveld. De te gebruiken diameter is 315 mm, soort put PK 315 Wavin, Dyka of gelijkwaardig. Het ontstoppingsstuk wordt in principe zo dicht mogelijk geplaatst in het perceelterrein, tegen de erfafscheiding. Dit om de verantwoordelijkheden goed te kunnen scheiden (gemeente is alleen verantwoordelijk voor het onderhouden van het stelsel op het openbaar terrein. Elk pand of elke aansluiting heeft een eigen inlaat op het hoofdriool, dus slechts één aansluiting per inlaat. Minimale dekking: 80 cm onder straatpeil ter hoogte van de perceelgrens. 7.3.3.2Kolkaansluitingen Alle straatkolken uitvoeren in klasse Y, 1-delig 450 x 300 x 850 of 600 mm, zij-aansluiting ø125 mm. één tot maximaal drie kolken op een leiding van ø125 mm. vijf tot acht kolken maximaal op een leiding van ø160 mm. Per kolk mag niet meer dan 100 m2 asfaltverharding afwateren en niet meer dan 120 m2 elementenverharding. Locatie kolken: Straat of trottoirkolken recht tegenover elkaar aan weerszijden van de weg. Bij bochten, in de nabijheid van elk tangentpunt een kolk, de kolk maximaal 2 meter uit het tangentpunt van de bocht plaatsen. Houd minimaal 2 meter afstand tussen kolken en drempels. Plaats bij parkeervakken straatkolken in een molgoot tussen rijbaan en parkeervak. Indien dit niet mogelijk is, worden ze geplaatst op de scheiding tussen de parkeervakken. Alle in het plangebied aanwezige gres- of betonnen aansluitleidingen moeten worden vervangen door PVC leidingen en hulpstukken. Als er meer dan één kolkleiding op een inlaat aangesloten wordt dan wordt dit met een flexibel stroom-T-stuk met zettingsmof uitgevoerd (dus geen haakse T-stukken toepassen) Indien één kolk wordt aangesloten wordt een flexibel stroom-T-stuk gebruikt op zijn kant met waarbij de naar boven gerichte zijde wordt voorzien van een deksel 7.3.3.3Algemeen Gemalen en pompputten Een gemaal dient in het algemeen om ingezameld (afval)water van huishoudens en bedrijven te verpompen naar het lozingspunt zijnde een woelput en vervolgens in een ontvangstput van het gemeentelijk vrijvervalriool. De gemeente stelt eisen aan het ontwerp en de uitvoering van gemalen en inrichting voor het toekomstig onderhoud, de uniformiteit en de minimale kwaliteit. Onder de term gemalen vallen zowel de grotere (hoofd)rioolgemalen alsook de kleinere drukriool/minigemalen. 7.3.3.4Eisen aan inrichting en functioneren De gemeente heeft de wens om de inrichting van gemalen zoveel als mogelijk te uniformeren. Hiervoor is samen met regiogemeenten een aantal documenten (uniforme eisen standaard gemaal) opgesteld met daarin nadere eisen aan inrichting en functioneren van een gemaal. De gemeente hanteert daarnaast nog een aantal specifieke eisen welke onderdeel uitmaken van deze documenten. De meeste eisen in het handboek en de aanvullende documenten zijn gericht op de (hoofd)gemalen, de eisen aan de drukrioolgemalen komen met name terug in de bijlagen. Deze documenten maken onderdeel uit van dit handboek, maar zijn niet standaard aan het Handboek openbare ruimte toegevoegd. Voor de meest recente versie dient u contact op te nemen met de gemeente. Het gaat om de volgende documenten: Doc.1 Beschrijving standaard Gemaal (inrichtingseisen) Doc.2 Functionele beschrijving (eisen aan functioneren) Doc.3 Beschrijving Koppelvlakken (eisen uniformering koppelvlak) Doc.4 Beschrijving protocol (eisen programmering Doc.5 Materiaallijsten en E-schema’s diverse opstellingen 7.3.3.5Hydraulische berekeningen Het ontwerp van een gemaal of pompput moet voorzien zijn van een berekening van het te verpompen debiet op basis van de berekening van de af te voeren hoeveelheden afvalwater. Middels een berekening dient aangetoond te worden wat het debiet is dat het gemaal gaat verpompen en een berekening van de beoogde leverancier waaruit blijkt welk de pomptype het beste bij deze opstelling zou passen. Hierbij rekening houdend met de lengte, diameter en opvoerhoogte van de persleiding. 7.3.3.6Uitgangspunten en randvoorwaarden Gemiddeld mag in het gemaal maximaal twee maal per jaar een storing voorkomen. Gemalen in een DWA en/of gemengd stelsel moeten zijn uitgevoerd met twee identieke pompen die elkaars reserve zijn, er is geen sprake van samenloop van de twee pompen. HWA-gemalen mogen voorzien zijn van één pomp. De pompen mogen maximaal acht schakelingen per uur hebben. Hierbij dient alle schakelberging te worden gerealiseerd in het gemaal. Het gemaal moet met een rioolspindelschuif afsluitbaar zijn. De ontluchtingsvoorziening van gemalen moet vandalismebestendig zijn, vreemde voorwerpen >10 mm mogen redelijkerwijs niet van buitenaf in de voorziening kunnen komen via de ontluchting. De voorziening dient afdoende te worden afgeschermd bijvoorbeeld in een put. Pompputten dienen te worden voorzien van een valbeveiliging. Toegangsluiken met een dagmaat groter dan 61 cm zijn gemaakt van aluminium. Indien de luiken overrijdbaar moeten zijn, mag hiervan worden afgeweken. De opdrachtnemer draagt dan een mogelijke oplossing aan die voldoet aan alle eisen op het gebied van Arbo (gewicht) en veiligheid. Toegangsluiken moeten afsluitbaar zijn met een veiligheidsslot met onderliggende valbeveiliging. Het rioolgemaal moet zijn uitgerust met een voorziening waardoor hevelwerking wordt voorkomen. 7.3.3.7Materialen Voer alle materialen, bevestigingsmiddelen en contra/spangewichten in het gemaal uitvoeren volgens uniforme eisen standaard gemaal, waar niet omschreven dient RVS 316 te worden gebruikt. 7.3.3.8Elektrische installaties Op de werking van de elektrotechnische installatie moet een garantie van vijf jaar gegeven worden. De elektrotechnische installatie dient minimaal te bevatten: één drukopnemer in de pompkelder, voor meting van het actuele niveau; Stroommeter(s) voor de eventueel te gebruiken pomp(en), de stroommeter moet eenvoudig afleesbaar zijn in de besturingskast; Of een debietmeter wordt toegepast op de uitgaande leiding wordt door de gemeente aangegeven. 7.3.3.9Drukopnemers Drukopnemers in het rioolstelsel worden opgehangen in een RVS beschermbuis, met een strip op het uiteinde waar de drukopnemer op kan rusten. De sensor en de beschermbuis dienen ingemeten te worden ten opzichte van NAP. Hang opnemers in open water op in een vandalismebestendige behuizing. 7.3.3.10Telemetrie en hoofdpostaansluiting Het systeem dient aangesloten te worden op de gemeentelijke telemetrie-hoofdpost. De volgende zaken moeten visueel worden weergegeven en uitleesbaar zijn op de hoofdpost: Alle actuele niveaus, inclusief een log van de standen in de afgelopen periode Status van elke pomp (in bedrijf, bedrijfsklaar of storing) Actueel stroomverbruik per pomp (inclusief log) Stand van de schakelaars per pomp Aard van eventuele storingen Alle pompen en andere elektrisch bedienbare onderdelen zijn te besturen vanaf de hoofdpost Logging van waterpeilen, debieten, stroomverbruik per pomp, status van pomp (aan/uit) Status van de kastdeur (open gesloten, alarmering bij kast open vanwege inbraak) Trending grafieken met daarin niveau van rioolgemaal, overige metingen, eventuele overstortmeting en hoogtes van interne of externe overstort muren ten opzichte van NAP (ingemeten). 7.3.3.11Besturing De kast wordt op een vaste (betonnen) fundering geplaatst en voorzien van bestrating met een breedte van 1 meter aan de voorzijde van de kast. De besturingskast wordt op een goed bereikbare en overzichtelijke (i.v.m. vandalisme) locatie geplaatst. De locatie van de kast maakt onderdeel uit van het ontwerp van de openbare ruimte. Kabeldoorvoeren naar buiten de kast worden uitgevoerd met een kunststof mantelbuis en worden afgedicht met siliconenkit. PU-schuim of andere materialen zijn niet toegestaan voor deze toepassing. De kast dient te bevatten: Op de voorzijde van de besturingskast een scherm om gegevens vanuit de Mitsubishi PLC op locatie te kunnen aflezen (alleen bij uitlezing op afstand) Aansluiting voor telecommunicatie via GPRS (met overige aansluitmogelijkheden telefoonlijn/ADSL etc.) en een modem voor communicatie met de hoofdpost. De besturingskast wordt op een voetstuk vast op of aan de afdekplaat van het gemaal geplaatst i.v.m. verzakkingen. De kast wordt beveiligd tegen aanrijding of beschadiging (bijvoorbeeld door obstakels). 7.3.3.12Pompputten Bovenkant pompput 20 cm boven maaiveld om overrijden te voorkomen. Indien niet mogelijk zwaar-verkeer-deksels toepassen. De opgegeven specificatie is een minimum eis. De installatie moet uiteraard zo ontworpen zijn dat de voorziening ook goed kan functioneren. 7.3.3.13Gemaal persleiding De persleiding dient op tenminste één plaats gereinigd te kunnen worden. Hiertoe dient op de persleiding eendoorspuit- of foam-pig lanceer inrichting aangebracht te worden. Hierbij mogen geen haakse koppelingen worden toegepast. Bij gezinkerde leidingen of sterk hoogte verschil (> 2 meter), dient een be-ontluchtingsinstallatie te worden toegepast op het hoogste punt in de leiding of nabij het tangentpunt bij een gezinkerde leiding. De persleiding moet direct naast de gemaalput worden voorzien van een afsluiter. Een druk- en lekkagetest van de aangebrachte persleiding(en) middels een schrijvende, geijkte manometer gedurende 24 uur. De minimale testdruk is tenminste 0,75 MPa. 7.3.3.14Aansluiting elektra en telefoon De aansluitingen voor elektriciteit en telefoon worden door de opdrachtnemer aangevraagd en komen voor rekening van de opdrachtnemer. De specificatie van de elektrotechnische installatie wordt ruim vooraf besproken met de gemeente. Per onderdeel dient fabrikant en type aangegeven te worden. De gemeente behoud zich het recht voor alsnog te kiezen voor een andere leverancier, installatie of specificatie met als doel het garanderen van de bedrijfszekerheid en onderhoudbaarheid van het systeem. De in de documenten uniforme eisen aangegeven typen, leveranciers en merken zijn daarbij slechts richtinggevend. 7.3.3.15Veiligheid De gemeente moet voor mensen die het onderhoud gaan uitvoeren aan de gemalen en installaties voldoende veiligheid kunnen garanderen. Hiervoor moet de installatie voldoen aan vigerende wet en regelgeving. De gehele bouwkundige- mechanische en elektrische installatie moet voldoen aan de actuele wet en regelgeving van bijvoorbeeld het Arbobesluit en richtlijnen van de NEN standaard.

Rechtspraak bij dit artikel