Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.3

Artikel 8.3.1

Maatvoering:

Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte 2024

8.3.1.1Watergang: Maatvoering en profielen behorend bij de status van een watergang volgens Keur en beleidsregels Waterschap Rivierenland. Bij vaststelling van dit Handboek: A-status; bodembreedte minimaal 70 cm, waterdiepte 1 meter en taluds minimaal 1:2, duikers minimaal 1000 mm. Dit water komt geheel in beheer en eigendom van het Waterschap. B-status; bodembreedte minimaal 50 cm, waterdiepte 0,50 meter en taluds minimaal 1:2, duikers minimaal 700 mm. Dit water komt in beheer en eigendom van de aanliggend eigenaren. De erfgrens ligt doorgaans in het midden van de watergang. In sommige situaties, bijvoorbeeld het ontbreken van een obstakelvrije zone of bij een damwand, kan ervoor worden gekozen het talud aan één zijde van de A-watergang een andere status te geven om de onderhoudsplicht te regelen. Zorg ervoor of toon aan dat minimaal 1 meter kleidek, in de bodem en taluds , na het ontgraven van de watergang aanwezig is (evt. aanbrengen van klei is onderdeel van de werkzaamheden). Bij onderhoud vanaf een enkele schouwstrook is de bovenbreedte maximaal 8 meter met aan de overzijde een obstakelvrije zone van 1 meter. Een natuurvriendelijke oever ontwerpen met een talud van 1:6. Bij voorkeur geen watergangen aanleggen die varend onderhouden moeten worden. Zo ja, breng dan per bevaarbaar segment een voorziening voor het te water laten van onderhoudsmaterieel aan. De schouwstrook moet minimaal 4 meter obstakelvrij berijdbaar zijn en door onderhoudsmaterieel voorwaarts te verlaten. Toon dit aan middels rijcurves van het maatgevende voertuig. De afstand tussen de insteek van een watergang en een boom is maximaal 0,50 meter.

Rechtspraak bij dit artikel