Het openbaar groen wordt vroegtijdig in het proces meegenomen en waar mogelijk gecombineerd om opgaven daadkrachtig op te pakken. Het bestaand groen (inclusief bomen) wordt behouden en zoveel mogelijk ingepast.
Het eindbeeld moet bij de groenbeheerder bekend zijn. Bepaal in het ontwerpstadium het eindbeeld aan de hand waarvan beheermaatregelen kunnen worden opgesteld. Het ontwerp van het groen moet afgestemd zijn op het afgesproken beheerniveau (CROW). Niet alle groen elementen zijn geschikt voor alle beheerniveaus.
Het groenontwerp en beplantingsplan zijn eenvoudig en overzichtelijk en bestaan uit een beperkt aantal elementen en zijn robuust. Plaats groen zoveel mogelijk op geconcentreerde plekken en voorkom versnipperd groen.
Per nieuwe woning/appartement wordt minimaal 75m2 openbaar groen ontwikkeld conform uit te werken voorwaarden, eventueel in combinatie waterbergende maatregelen of speelfuncties (beperkt).
Het groenontwerp maakt duidelijk hoe de boven- en ondergrondse groeiplaatsen voor de verschillende beplantingen worden aangelegd en welke voorzieningen er worden getroffen voor flora en fauna.
Fietsroutes en wandelpaden (hoofdroutes) worden bij ontwikkelingen voorzien en ontworpen met >30% beschaduwing in volgroeide toestand.
Houd rekening met sociale veiligheid (zicht vanuit huis op openbare ruimte, speelvoorzieningen, fiets- en voetpaden). Zorg voor voldoende zicht(-lijnen) en verlichting op de juiste plekken die niet belemmerd wordt door beplanting. Voorkom overhangend groen over stoepen en wegen.
Zorg dat openbaar groen niet direct aan particulier terrein grenst, of tref maatregelen om onrechtmatig gebruik van openbare ruimte tegen te gaan. Bij aanleg van een duurzame erfafscheiding i.v.m. aanzicht in principe gebruik maken van een eenduidige, ‘groene’ duurzame erfafscheiding.
Situeer groen zodanig dat brandkranen en eventuele andere bluswatervoorzieningen bereikbaar blijven.
Situeer groen zodanig dat het ontstaan van loop- en/of fietspaden door plantsoenen wordt voorkomen. Voorzie de plantvakken van verhoogde randen om onder andere doorrijden onmogelijk te maken. Pas tijdelijke bescherming toe op intensief gebruikte plekken, in de vorm van paal en draad, om inloop te voorkomen of kies een ander assortiment. Kies aan de randen van speelplekken voor beplanting die snel sluit en sterk is.
De gemeente streeft naar het vergroenen van niet-functionele verhardingen. Bij dergelijke verharding kan men denken aan verkeersdruppels, midden- en zijbermen en brede stoepen. Bij vergroenen van niet-functionele verhardingen moet de oppervlakte groter dan 5 m2 zijn.
Bij nieuwe ontwerpen verdient het de voorkeur (indien het ontwerp zich hier voor leent) groenstroken niet te laten samenvallen met kabel –en leidingenstroken).
Alle te onderhouden voorzieningen (gras, beplantingen, sloten, etc.) dienen goed bereikbaar te zijn voor regulier onderhoudsmaterieel. Langs watergangen dient rekening gehouden te worden met de eisen van Waterschap Rivierenland.
Een beplantingsplan bestaat uit een tekening op schaal waarop de verschillende plant- en boomsoorten zijn aangegeven. Daarbij horen plantlijsten met daarop het aantal planten per groep of plantvak, aantal per m2 en de te leveren maten.
Zorg dat het duidelijk is waaruit het plantvak bestaat en welk onderhoud er in de beheerfase moet worden uitgevoerd om het plantvak in stand te houden. Plantafstanden binnen een vak zijn zodanig dat het vak goed sluit zodat onkruid geen kans krijgt.
9.2.2.1Bomen, aanvullende eisen:
Bij herinrichting dienen bestaande bomen te worden ingepast. Wanneer bij herinrichting bestaande bomen dienen te wijken moet dit worden onderbouwd in de bomenparagraaf.
De bomen krijgen zowel boven- als ondergronds de ruimte om te groeien. De bomen zijn onderhoudsvriendelijk en soorten staan op de juiste plaats.
Bomen dienen zoveel mogelijk in groenstroken en/of in volle grond te worden geplaatsten niet in verharding.
Voor bomen langs watergangen gelden de eisen van Waterschap Rivierenland.
In relatie tot de sleufdiepte dienen de afstanden van bomen ten opzichte van kabels, leidingen en riolering berekend te worden in Boommonitor online.
Plaats beschermende voorzieningen bij bomen op parkeerplaatsen. Plaats bomen zodanig dat ze niet beschadigen bij inparkeren.
Zorg dat de boom in volgroeide toestand (kroonprojectie) niet boven ondergrondse containers en containeropstelplaatsen uitkomt in verband met het legen van containers.
De afstand tussen bomen en lichtmasten dient minimaal 4 meter te zijn.
In alle gevallen zal de gemeente Neder-Betuwe de inrichtingseisen van het Handboek Bomen volgen. Hier vindt u een totaal overzicht van (aanvullende) technische kwaliteitseisen voor een verantwoord bomenontwerp. Borg deze randvoorwaarden in uw uitvraag of gebruik ze als uitgangspunten binnen uw ontwerp. Onder het “Handboek Bomen” valt tevens het rekenprogramma Bomenmonitor online. Het rekenprogramma berekent de benodigde maatvoering van de groeiplaats en is specifiek afgestemd op de bodemsamenstelling, grondwaterhuishouding, boomgrootte en beoogde omlooptijd. Het is verplicht om dit programma bij het ontwerpen met bomen te gebruiken en de uitkomsten in het ontwerp te verwerken. Hieraan wordt getoetst. Boommonitor is te vinden op www.norminstituutbomen.nl
De onder- en bovengrondse benodigde ruimte voor een boom, dient te worden ontworpen voor een minimale levensduur van de boom van 60 jaar. Bij een uitzonderlijk krappe inpassing van de boom mag er ontworpen worden voor een periode van 40 jaar. Bij veel ruimte is een levensduur van 80 jaar gewenst. De berekening hiervan dient te worden gemaakt met behulp van Boommonitor online, en als bijlage toegevoegd bij het ontwerp. Afwijkingen altijd in overleg met de beheerder.