Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.3

Artikel 9.3.1

Algemeen

Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte 2024

Gebruik verschillende soorten bomen en beplantingen. Houd rekening met de beleving van de seizoenen. Kies voor inheemse, bloeiende en vruchtdragende beplantingen en bloemenmengsels toegepast. Bij de soortkeuze wordt rekening gehouden met de bloeikalender. Het toepassen van uitheemse met inheemse soorten versterkt de biodiversiteit. Er mag alleen gifvrij gekweekte beplanting worden toegepast. Bij uitzondering met hier in overleg met de groenbeheerder vanaf geweken worden. Op speelplekken voor kinderen uit oogpunt van sociale veiligheid lage beplanting toepassen (hoogte maximaal 1 meter). Bij het maken van het beplantingsplan rekening houden met lengtes en hoogtes (maximaal 0,80 meter ten opzichte van de rijbaan) bij uitzichthoeken. Plaats geen hagen/heesters met stekels langs velden voor balspelen en fietspaden. Europees vastgestelde en provinciaal vastgestelde invasieve exoten mogen niet worden toegepast, voor de soorten zie unielijst invasieve exoten (Site NVWA) en de provinciale soorten. Gebruik soorten die resistent zijn tegen ziekten en bacteriën (voor soortenlijst in het kader van bacterievuur zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0003663/2018-04-24). 9.3.1.1Bomen: De fruit- en laanbomensector is herkenbaar in het straatbeeld. In nieuwbouwwijken kan diversiteit in het bomenbestand voor een eigen identiteit zorgen. Dit kunnen ook exoten zijn die goed gedijen onder de lokale groeiplaatsomstandigheden. Bij oudere dorpskernen en centrumgebieden is het juist wenselijk om terug te grijpen naar boomsoorten en -vormen die typerend zijn vanuit historisch oogpunt. Door (toekomstige) beeldbepalende bomen aan te planten, worden bijzondere (ontmoetings-)plekken extra benadrukt. Bomen toepassen van een grootteklasse die geschikt is voor de locatie; tweede en derde grootte in woonwijken. Op hoofdassen of in vrije ruimte mogen bomen groter zijn. Plaats bomen van de derde grootte bij voorkeur niet langs straten en/of fietspaden. Als dit toch gebeurt, dan minimaal op een halve meter maal de kroondiameter afstand (in volgroeide toestand) van de straatgoot in verband met het voorkomen van snoei bij dit kleine formaat boom.

Rechtspraak bij dit artikel