1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:25, tweede lid en artikel 4:35 van de Awb, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien en voor zover:
a. Subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met het in artikel 2 genoemde doel;
b. De aanvrager niet behoort tot de in artikel 7, eerste lid, bedoelde doelgroep;
c. De aanvraag is ontvangen buiten het in het openstellingsbesluit genoemde tijdvak;
d. Geen sprake is van een subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4;
e. De aanvraag niet voldoet aan de in artikel 9 genoemde toetsingscriteria;
f. Het college aan dezelfde aanvrager voor dezelfde (soort) activiteiten, of een deel daarvan, al eerder subsidie heeft verstrekt, al dan niet op grond van deze verordening;
g. Subsidieverstrekking in strijd is met het bepaalde in artikel 13.
2. Het college kan de in het eerste lid, onderdeel f, genoemde weigeringsgrond buiten toepassing laten, indien weliswaar sprake is van dezelfde soort activiteit maar die activiteit naar het oordeel van het college een bijzondere bijdrage levert aan het verbeteren van de leefbaarheid.