Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Toetsingscriteria

Onderdeel van Subsidieverordening leefbaarheidsfonds gemeente Pekela

Het college beoordeelt allereerst of niet al op voorhand, voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling, een weigeringsgrond van toepassing is. Als de aanvraag bijvoorbeeld wordt ingediend door of namens een besloten vennootschap, valt de aanvrager niet onder de doelgroep en wordt de subsidie reeds om die reden geweigerd (artikel 11, eerste lid, onderdeel b). Dat geldt bijvoorbeeld ook als een aanvraag buiten het daarvoor geldende tijdvak is ontvangen (artikel 11, eerste lid, onderdeel c) of geen sprake is van een subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4 (artikel 11, eerste lid, onderdeel d). In onder meer die gevallen wordt de subsidie geweigerd en komt het college niet toe aan een inhoudelijke beoordeling. Als niet op voorhand sprake is van een weigeringsgrond, beoordeelt het college de aanvraag op grond van de in dit artikel genoemde criteria. Daarbij heeft het college beoordelingsruimte. De wijze van beoordelen is afhankelijk van de verdeelsystematiek. Voor de verdeelsystematiek wordt verwezen naar artikel 10 van de verordening en het betreffende openstellingsbesluit. Het college gaat bij de beoordeling van de aanvragen uit van de informatie die in de aanvraag is verstrekt, tenzij die informatie het college onjuist of onaannemelijk voorkomt. Subsidieaanvragers moeten daarom duidelijk, per criterium, motiveren op welke wijze aan dat betreffende criterium is voldaan. Hieronder volgt een korte toelichting op elke van de artikel 9 genoemde criteria.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel