Het college kan de volgende specifieke voorwaarden en voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden:
Het bestaande erf-ensemble moet ten behoeve van de windturbine in stand worden gehouden. Er worden geen bomen gekapt of gebouwen (blijvend) verwijderd;
De windturbine is uitgerust met een stilstandvoorziening ter voorkoming van aanvaringsslachtoffers;
Het verven van één blad (bijvoorbeeld zwart) van een windturbinerotor ter voorkoming van aanvaringsslachtoffers;
Een opruimplicht voor de windturbine en bijbehorende installaties bij een windturbine die niet langer in gebruik is;
Een opruimplicht voor windturbines bij beëindiging van het (agrarisch)bedrijf.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Voorwaarden en voorschriften omgevingsvergunning
Onderdeel van Beleidskader kleine windturbines