Een raadslid kan een verzoek indienen tijdelijk te worden
ontslagen op grond van de volgende redenen:
zwangerschap en bevalling, waarbij de ingangsdatum ligt
tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de
vermoedelijke datum van de bevalling;
het wegens ziekte niet in staat zijn de uitoefening van
het lidmaatschap binnen acht weken te hervatten.
Het verzoek dient ondersteund te worden door een verklaring van
een arts of verloskundige.
Het verzoek wordt niet gehonoreerd als het tijdstip waarop dit
gedaan wordt ligt binnen een periode van zestien weken voor het
einde van de zittingsduur.
Het lidmaatschap herleeft van rechtswege met ingang van de dag
waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van
het tijdelijk ontslag.
Ten hoogste drie maal per zittingsperiode kan tijdelijk ontslag
als bedoeld in het eerste lid worden verleend.
Tijdens het tijdelijk ontslag behoudt het raadslid de
raadsvergoeding en de helft van de onkostenvergoeding.
De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger
voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk
ontslag. De hoofdstukken V en W van de Kieswet zijn van
toepassing, waarbij de benoeming uiterlijk op de tiende dag na
de dagtekening van de kennisgeving van benoeming wordt
aangenomen. 12
De vervanger ontvangt de volledige raadsvergoeding en de
volledige onkostenvergoeding zoals in deze verordening is
vastgelegd. Ook de overige voorzieningen zijn voor de vervanger
van toepassing.
De artikelen 9 en 10 van het Rechtspositiebesluit raads- en
commissieleden zijn niet van toepassing op de vervanger. 13
Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met
ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de
dag van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de
mogelijkheid dat het vervangende lidmaatschap op eerder tijdstip
eindigt.
Hoofdstuk II
Artikel 14
Vervanging raadsleden
Onderdeel van Verordening voorzieningen raads- en commissieleden, wethouders en raadsfracties