Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor
overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die
gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van
het Rechtspositiebesluit wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks
door de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
wordt herzien.
Aan de wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964
voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een
onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag,
vermeld in artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit
wethouders.
Hoofdstuk III
Artikel 15
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening voorzieningen raads- en commissieleden, wethouders en raadsfracties