Het college verzoekt de medewerking van andere betrokken
bestuursorganen, die voor het welslagen van de gecoördineerde
behandeling nodig is.
Het college zendt na ontvangst van een aanvraag welke betrekking
heeft op de gecoördineerde behandeling onverwijld een afschrift
daarvan aan de andere betrokken bestuursorganen.
De andere betrokken bestuursorganen bevestigen schriftelijk
binnen 2 weken of zij wel of niet aan de gecoördineerde
behandeling zullen deelnemen. Indien deze termijn is
verstrekken, wordt aangenomen dat het andere betrokken
bestuursorgaan heeft aangegeven niet mee te werken aan
gecoördineerde behandeling.
Het college kan besluiten geheel of gedeeltelijk van
gecoördineerde behandeling af te zien indien een ander betrokken
bestuursorgaan heeft aangegeven niet aan een gecoördineerde
behandeling te zullen meewerken of niet tijdig op een verzoek
hiertoe heeft gereageerd. Indien het andere betrokken
bestuursorgaan geen medewerking verleent aan de gecoördineerde
behandeling, vallen de besluiten van dat bestuursorgaan buiten
de gecoördineerde behandeling.
Hoofdstuk 3:
Artikel 8
Relatie met besluiten van andere bestuursorganen
Onderdeel van Verordening gemeentelijke coördinatiebepalingen WRO