Het college kan beslissen geheel of gedeeltelijk van een
gecoördineerde behandeling af te zien, indien ten aanzien van
één of meer van de betreffende besluiten:
aanvrager bij de aanvraag van het besluit niet heeft
voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in
behandeling nemen van de aanvraag, of;
de verstrekte gegevens of bescheiden onvoldoende zijn
voor de beoordeling van de aanvraag voor het besluit of
de voorbereiding van het betreffende besluit, of;
de aanvraag of de bijbehorende gegevens of bescheiden in
een vreemde taal zijn gesteld.
Het college kan aan het eerste lid toepassing geven, mits
aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag voor het
besluit binnen een door het college gestelde termijn aan te
vullen of te herstellen.
De besluitvorming over de aanvragen waarop de gecoördineerde
behandeling betrekking heeft, wordt opgeschort tot de dag waarop
de aanvraag is aangevuld c.q. hersteld of de dag waarop de
daartoe gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
Hoofdstuk 3:
Artikel 7
Onvolledige aanvraag
Onderdeel van Verordening gemeentelijke coördinatiebepalingen WRO