Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieontvanger van een subsidie vanaf € 125.000 per jaar heeft een reserve. 2.. Het met gemeentelijke subsidie opgebouwde deel van de reserve is zichtbaar in de jaarrekening van de subsidieontvanger. 3.. Als de subsidieontvanger geen jaarrekening heeft of het met gemeentelijke subsidie opgebouwde deel van de reserve niet op andere wijze zichtbaar is, wordt dit deel gesteld op het aandeel gemeentelijke subsidie in de jaaromzet van de subsidieontvanger. 4.. Als bij subsidievaststelling de kosten van de gesubsidieerde activiteiten lager zijn of de inkomsten van de activiteiten hoger zijn dan waarop de subsidieverlening is gebaseerd, mag de subsidieontvanger de op dit verschil gebaseerde subsidie toevoegen aan de reserve tot een maximum van 10% van de verleende subsidie voor dat jaar. 5.. In aanvulling op het vorige lid geldt dat het gemeentelijke aandeel in de reserve nooit meer bedraagt dan: 15% van de verleende subsidie voor dat jaar met een maximum van € 750.000; of € 30.000, als dit bedrag hoger is dan 15% van de verleende subsidie voor dat jaar. 6.. Het college kan de subsidieontvanger toestemming geven om van de bepalingen in het voorgaande twee leden af te wijken: indien dat nodig is voor het bereiken van een financieel gezonde situatie van de subsidieontvanger; indien toepassing daarvan tot onevenredig nadelige gevolgen voor de subsidieontvanger zou leiden. 7.. De subsidieontvanger verantwoordt de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserve jaarlijks op een overzichtelijke wijze in de jaarrekening, of als de subsidieontvanger geen jaarrekening heeft op andere wijze, met toelichting. 8.. Bij ontbinding van de rechtspersoon van de subsidieontvanger kan het met gemeentelijke subsidie opgebouwde deel van de reserve worden teruggevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel