1.. De hoogte van het pgb voor een hulpmiddel of woningaanpassing wordt maximaal vastgesteld op:

  • - het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; of
  • - het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte als de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten.

2.. De hoogte van het pgb voor het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer wordt vastgesteld op bedragen op jaarbasis, waarbij het uitgangspunt geldt dat 2000 kilometer per jaar binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. Het college kan op het jaarbedrag een korting toepassen als sprake is van:

  • - verblijf in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg;
  • - een samenvallende vervoersbehoefte;
  • - een beperkte (zelfstandige) vervoersbehoefte;
  • - andere aanwezige vervoersvoorzieningen of vervoersmogelijkheden.

3.. De uitbetaling van een pgb voor (rolstoel)taxivervoer vindt plaats op basis van trekkingsrecht met een maximum van 20 km per enkele rit.

4.. Het tarief voor dienstverlening bedraagt 90% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, als het gaat om personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.

5.. Het tarief voor dienstverlening bedraagt 75% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, als het gaat om personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.

6.. Het tarief voor dienstverlening bedraagt 50% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura met als ondergrens (bij het bestaan van een dienstbetrekking) de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende CAO, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren als het gaat om hulp uit het sociaal netwerk.

7.. Het tarief uit het vorige lid is ook van toepassing op personen die niet tot het sociale netwerk behoren, maar die ook niet behoren tot de personen zoals bedoeld in het vierde of vijfde lid.

8.. Als op basis van het budgetplan een passende en toereikende voorziening voor een lager tarief kan worden ingekocht, wordt het tarief hierop aangepast.

9.. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt vastgesteld op basis van het voor de cliënt van toepassing zijnde zorgarrangement.

10.. Het college stelt de hoogte van de tarieven vast in het financieel besluit.