1.. Het college zet in op fraudepreventie. Onderdeel daarvan is de manier waarop het college cliënten informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening (in natura of in de vorm van een pgb) zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik.

2.. Het college beoordeelt, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van zorg in natura en de pgb’s. Ook beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.

3.. Fraude of vermoedens van fraude worden afgehandeld volgens het geldende fraudebeleidskader.