Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 20

Overgangsrecht bij periodieke bijstand

Onderdeel van BELEIDSREGELS MINIMAVOORZIENINGEN EN BIJZONDERE BIJSTAND GEMEENTE DEN HAAG 2015

Lid 1. Op periodieke bijzondere bijstand is vanaf de inwerkingtreding van deze beleidsregels zoals vermeld in artikel 19 slechts het nieuwe recht van toepassing. Lid 2. Op grond van oud recht verstrekte periodieke bijzondere bijstand loopt maximaal tot 1 juli 2015 door, in zoverre het oorspronkelijke toekenningsbesluit geen kortere termijn aanduidt. Lid 3. Bij beëindiging van periodieke bijzondere bijstand toegekend bij een besluit waarbij de einddatum ontbreekt of de einddatum van later datum is dan vermeld in lid 2, zal een individuele toets plaatsvinden op grond van het nieuwe recht. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag op 4-2-2015 namens deze mw. drs. E.M. ten Hoorn Boer De algemeen directeur van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten gelet op hoofdstuk 1.6 artikel 1.2 (kenmerk BSW 2008/97) van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde mandaatregelingen, Toelichting Beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente Den Haag 2015 Deze beleidsregels behandelen twee onderwerpen: de individuele bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Participatiewet en de overige, inkomensgebonden, minimavoorzieningen van de gemeente Den Haag. Met de minimavoorzieningen investeert de gemeente Den Haag in de participatie en de gezondheid van de Haagse minima. Met de individuele bijzondere bijstand wordt voorkomen dat mensen met een laag inkomen door onverwachte, noodzakelijke kosten financieel in de knel komen. Hoofdstuk 2: Individuele Bijzondere Bijstand Ook mensen met een minimuminkomen moeten reserveren voor voorzienbare kosten, de afweging maken om te maken kosten uit te stellen totdat er voldoende gereserveerd is of de kosten te spreiden over meerdere jaren. Dit lukt echter niet altijd. Er kunnen zich situaties voordoen waarin de te maken noodzakelijke kosten niet uitstelbaar zijn en het inkomen en vermogen ontoereikend is om in deze kosten te voorzien. Voor deze kosten kan dan bijzondere bijstand worden aangevraagd. Uitgangspunt hierbij is maatwerk te bieden met oog voor de situatie waarin de aanvrager verkeert. Individuele Bijzondere Bijstand kan dan overwogen worden. Het gemeentelijk kader van de individuele bijzondere bijstand is te vinden in de beleidsregels. De nadere uitwerking is gepubliceerd in de daaruit afgeleide Leidraad. Welke kosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand Artikel 13 Bijzondere bijstand wordt verstrekt als iemand zich geconfronteerd ziet met noodzakelijke, niet uitstelbare kosten die hij niet uit zijn eigen inkomen of vermogen kan betalen. Ook bij een uitkering op bijstandsniveau wordt men geacht te reserveren. De voorliggende vraag is of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, het vermogen, het inkomen of via een lening van de Gemeentelijke Kredietbank. Als er een andere passende en toereikende mogelijkheid is om in de kosten te voorzien is er geen bijzondere bijstand mogelijk. Dit heet een voorliggende voorziening. Of een voorziening gezien haar aard en doel passend en toereikend is, is afhankelijk van de omstandigheden en mogelijkheden van het individuele geval en wordt mede bepaald wat naar maatschappelijk inzicht aanvaardbaar wordt geacht. Bijstandsverlening is niet aan de orde wanneer binnen een voorliggende voorziening een bewuste beslissing is genomen over de noodzakelijkheid van een voorziening in het algemeen of in een specifieke situatie. Budgettaire overwegingen om bepaalde kosten niet in de voorliggende voorziening op te nemen of overwegingen ten aanzien van de vaststelling van de reikwijdte van de voorliggende voorziening vallen hier dus niet onder. Als er sprake is van medische kosten, dan moet een uitputtend beroep op de voorliggende voorzieningen worden gedaan. Tot de voorliggende voorzieningen behoren in ieder geval de AWBZ en de zorgverzekering (basis en aanvullend). Voor niet medische meerkosten ten gevolge van ziekte of handicap, zoals extra stookkosten of kleding, heeft de gemeente Den Haag de tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten. Als de meerkosten de voorliggende voorziening overschrijden kan bijzondere bijstand verstrekt worden. Wijze van verstrekken en invordering Artikel 14 Bijzondere bijstand wordt als gift verstrekt als er sprake is van bijzondere noodzakelijke kosten zoals voor rechtshulp of bewind voering. Voor algemeen noodzakelijke kosten wordt de bijzondere bijstand als lening verstrekt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen. Als een aanvrager geen schulden mag maken omdat hij in een wettelijk of minnelijk schuldhulpverleningstraject zit wordt de verstrekking als gift gedaan. Het college kan op basis van de beleidsregels bijzondere bijstand bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid de bijzondere bijstand voor algemene kosten verlagen. Dit zal wel individueel onderbouwd moeten worden. Het is belangrijk dat er een aannemelijke relatie (causaal verband) bestaat tussen de verwijtbare gedraging en de aanvraag bijzondere bijstand. Als tussen het tijdstip van de verwijtbare gedraging en de aanvraagdatum van de bijzondere bijstand meer dan vijf jaar verstreken is zal de uitkering niet worden verlaagd. Een nadere uitwerking en voorbeelden staan in de leidraad. Bij bijzondere bijstand die als lening wordt verstrekt, wordt aangesloten bij het algemene debiteurenbeleid van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten. Als er geen sprake is van verwijtbaar gedrag wordt het restant van de lening na het aflossen van 48 termijnen van een maand binnen een periode van 54 maanden omgezet naar een gift. Als de aflossingsafspraken niet worden nagekomen en bij ander verwijtbaar gedrag (bijvoorbeeld als het gevraagde niet wordt aangeschaft, wordt het volledige bedrag afgelost. Artikel 15 Bij indicatie voor verstrekking van bijzondere bijstand wordt op grond van de draagkrachtberekening bepaald welk bedrag de belanghebbende geacht wordt te kunnen reserveren. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de verstrekking bijzondere bijstand. In de leidraad staat de draagkrachtberekening verder toegelicht. Bijzondere omstandigheden en dringende redenen Bijzondere bijstand is een maatwerkvoorziening. Er kunnen zich bijzondere omstandigheden of dringende redenen voordoen die maken dat in afwijking van de bovenstaande algemene criteria er tóch bijzondere bijstand wordt verstrekt. Artikel 16 Bij bijzondere omstandigheden, kan bijstand worden verstrekt voor algemeen noodzakelijke kosten als woninginrichting, leges en borg voor een woning. Denk hierbij aan bijvoorbeeld mensen die om medische of sociale redenen plots moeten verhuizen. In de leidraad is opgenomen in welke situaties er in ieder geval sprake is van bijzondere omstandigheden. Artikel 17 Van bijzondere omstandigheden spreken we ook wanneer zich bij een persoon of huishouden een cumulatie van problemen voordoet die het maatschappelijke en sociale functioneren ernstig bemoeilijken, of zelfs onmogelijk maken. De afweging of er sprake is van een dergelijke situatie moet individueel worden gemaakt. In een aantal gevallen zal hier een Sociaal Casemanager bij betrokken zijn of worden. Het hebben van meervoudige, (on)geregelde schulden of de aanwezigheid van beslagleggingen kan hierbij een rol spelen. Artikel 18 Zeer dringende redenen kunnen zich voordoen bij een acute noodsituatie. Te weten een situatie die levensbedreigend van aard is of blijvend letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben, waarbij deze situatie op geen enkele andere wijze te verhelpen is dan door het verlenen van bijstand. Inwerkingtreding Artikel 20 Vanaf het moment dat de beleidsregels zijn vastgesteld wordt een aanvraag op basis van de nieuwe beleidsregels beoordeeld. Aanvragen die vóór deze datum zijn gedaan worden op het toen geldende beleid beoordeeld. Artikel 21 Als er in het geval van periodieke bijzondere bijstand een beëindiging plaatsvindt op grond van deze nieuwe beleidsregels dan moet er met het volgende rekening gehouden worden: bij beëindiging van bijzondere bijstand zonder einddatum moet op grond van jurisprudentie (LJB BN 2674) steeds een individuele toets plaatsvinden. Volgens de aangehaalde uitspraak moet getoetst worden op hoogte van de bijzondere kosten, de noodzaak van deze kosten, op de vraag of deze kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, het vermogen of uit het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel