Iedere ruimtelijke functie (zoals wonen, werken en winkelen) trekt een bepaalde hoeveelheid autoverkeer aan en vraagt daarmee ook om een bepaalde parkeerbehoefte. Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen voor een dergelijke functie nodig zijn per eenheid of oppervlakte. De parkeernormen die in deze beleidsregels worden voorgesteld, bieden houvast bij het bepalen van de benodigde parkeerruimte (de parkeereis) bij de verschillende ruimtelijke functies. Het aantal aan te leggen plaatsen is afhankelijk van de grootte van de voorziening en de parkeernorm die bij die ontwikkeling hoort.
Het gebruik van juiste parkeernormen draagt bij aan een gunstig leef- en woonklimaat: met voldoende parkeerplaatsen wordt parkeeroverlast voorkomen en met een lager aanbod van parkeerplaatsen voor bepaalde functies kunnen mensen worden gestimuleerd tot een bewuster mobiliteitsgedrag en een andere vervoerwijze. Sturing in het aanbod van parkeerplaatsen via parkeernormen kan daarbij een middel zijn.
Hoe wordt de voor een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling benodigde parkeerruimte bepaald?
Bij het bepalen van de benodigde parkeerruimte voor een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling komen onder meer de navolgende vragen aan de orde.
Wat is de parkeervraag/parkeerbehoefte van een ruimtelijke ontwikkeling? Deze wordt vastgesteld met behulp van de parkeernormen (bijlage 1) en bijbehorende rekenmethodiek zoals beschreven in bijlage 4 van deze beleidsregels. Als nieuwe ontwikkelingen niet te koppelen zijn aan de parkeernormen zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregels, dan worden nieuwe ontwikkelingen getoetst aan de CROW parkeerkencijfers (publicatie 381 – online kennismodule Parkeren). Indien er ook geen CROW parkeerkencijfers beschikbaar zijn heeft de aanvrager om een omgevingsvergunning de ruimte om een onderbouwing aanleveren (mobiliteitsplan) die de parkeervraag/parkeerbehoefte op basis van verwachte bezoekersaantallen en personeelsbezetting op het maatgevende moment beschrijft.
Hoeveel parkeerplaatsen worden met een ruimtelijke ontwikkeling gerealiseerd? Op basis van de gegevens uit een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst hoeveel parkeerplaatsen het in de aanvraag begrepen plan toevoegt. Daarbij wordt de bruikbaarheid en de maatvoering van de te realiseren parkeerplaatsen getoetst. Indien bestaande (openbare) parkeerplaatsen nodig zijn voor het opvangen van de parkeervraag/parkeerbehoefte dan is voorziet aanvrager in een actuele parkeerdrukmeting ter onderbouwing.
Wat is de invloed van aanvullende maatregelen of factoren op de parkeervraag/parkeerbehoefte van een ruimtelijke ontwikkeling? Als een aanvrager om omgevingsvergunning gebruik maakt van maatregelen of beroep doet op externe factoren die van invloed zijn op de parkeervraag/parkeerbehoefte moet de aanvrager een onderbouwing aanleveren. Deze onderbouwing wordt door het college getoetst op haalbaarheid, redelijkheid en toekomstbestendigheid. In paragraaf 3.1 is dit verder uitgewerkt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3
Wat is een parkeernorm?
Onderdeel van Beleidsregels Parkeernormen gemeente Oisterwijk 2024