**1..** Het college ziet van verdere terugvordering van een niet verwijtbare vordering af als de belanghebbende:
gedurende 3 jaar (36 maanden) volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
gedurende 3 jaar (36 maanden) niet volledig aan de aflossingsverplichting heeft voldaan, maar de achterstallige aflossingen over deze periode alsnog ineens voldoet;
gedurende 5 jaar (60 maanden) geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment nog gaat verrichten;
gedurende 2 jaar (24 maanden) al dan niet betalingen heeft verricht en de nog openstaande vordering minder dan € 125,00 bedraagt;
aan wie bijstand is verstrekt in de vorm van een geldlening voor de kosten van noodzakelijke gebruiksgoederen, gedurende 3 jaar (36 maanden) volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan.
**2..** Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing:
in het geval de terugvordering zijn grondslag heeft in artikel 58, lid 2 aanhef en onder f onder 1 en 2 Participatiewet;
bij vorderingen die door een pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt (vestiging pandrecht of krediethypotheek) voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kunnen worden.
**3..** Voor verwijtbare vorderingen handelt het college conform artikel 58 lid 7 Participatiewet.
**4..** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien conform artikel 58 lid 8 Participatiewet.
Hoofdstuk 2
Artikel 10.
Kwijtschelding na voldoen aan de aflossingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering 2024 gemeente Heerde